Redevoeringen

TOESPRAAK VAN DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME
ZIJNE EXCELLENTIE RUNALDO RONALD VENETIAAN
TER GELEGENHEID VAN
DE 27e VERJAARDAG VAN DE REPUBLIEK SURINAME
OP MAANDAG 25 NOVEMBER 2002

Meneer de Voorzitter van De Nationale Assemblee,
Meneer de Vice President en en de Dames en Heren Ministers,
Leden van De Nationale Assemblee,
Leden van het Hof van Justitie, de Staatsraad en
de overige Hoge Colleges van Staat,
Leden van het Corps Diplomatique, het Corps Consulaire en het Corps
Vertegenwoordigers van de Internationale Organisaties,

De Hoge Officieren van het Nationaal Leger en
van de Legereenheden van bevriende naties die ons Land bezoeken,
Dames en Heren,

Landgenoten,

Een speciaal en hartelijk welkom spreek ik namens het Volk van Suriname uit, aan het adres van Zijne Excellentie Premier Etiennne Ys en echtgenote
Mevrouw Niviella Ys-Sambo, eregasten op deze receptie en vertegenwoordigers van het Broedervolk waarmee wij Surinamers zoveel gedeeld hebben in de loop van eeuwen koloniale geschiedenis en waarmee wij tot zevenentwintig jaar geleden samen deel uitmaakten van dezelfde staatkundige structuur.

Landgenoten,

Vijfentwintig November 1975 stapte het Volk van Suriname de kring van de onafhankelijke naties binnen. Deze stap hebben wij toen gemaakt als uitvloeisel van de bewuste keuze die in de jaren, de decennia, de eeuwen daarvoor gemaakt was door politieke organisaties en gewoon door delen van de bevolking, op grond van ideologie dat vrijheid behoort tot het hoogste goed van de mensheid en op grond van het besef dat het eigen lot het best in eigen hand gewaarborgd is.

In de korte geschiedenis die wij sinds onze onafhankelijkheid hebben beleefd, deels naar onze eigen keuze en deels van buiten opgedrongen, zijn wij ernstig beproefd ten aanzien van deze beide basisonderwerpen.

Ons streven naar vrijheid en onze afwijzing van onderdrukking en uitbuiting, werd geconfronteerd met het geweld van de dictatuur waarin nationale krachten de voorhoederol vervulden. De onuitwisbare dieptepunten daarbij, van twintig jaar en zestien jaar geleden, te weten Fort Zeelandia ‘82 en Moiwana ‘86, en de minder bekende gevallen van schendingen van mensenrechten, staan als permanente bakens overeind, waarschuwingstekens voor ons volk bij zijn keuzes in de toekomst voor ons.

Gelukkig hebben ons diepgeworteld geloof en vertrouwen in vrijheid die gedragen wordt door de principes van democratie en rechtstaat, ons de weg terug doen vinden naar die vorm van republiek, waarin wet en recht gelden, juist zoals wij dat in 1975 reeds hadden gewild en hadden ingericht.

Ook op het gebied van de uitvoering van ons ontwikkelingsprogramma hebben wij, naast successen, moeilijke soms zelfs zeer moeilijke fasen doorgemaakt, en wel onder invloed van zowel interne als externe factoren.

Met name komt ons streven om het lot van ons volk in onze eigen handen te nemen en te houden onder druk van de wereldwijde golven van:

  • Regionale economische en politieke blokvorming met buitenmuren waarbij historische banden naar de geschiedenisboeken worden verwezen.

  • Wereldwijde handelsliberalisatie, waarbij de economisch sterkere landen met hun eigen interpretaties van de gesloten verdragen de afgesproken regels naar hun eigen belang toe buigen of die regels gewoon ter zijde schuiven.

  • Wereldwijde regelgeving op milieugebied, waarmee eveneens door de rijken en sterken van de wereld op basis van puur eigen belang wordt omgesprongen.

  • Dreigende ontmanteling van de staat in het geval van ontwikkelingslanden door de werkwijze van het netwerk van een deel van de internationale en regionale organisaties.

  • Het mechanisme van wereldmarktprijzen voor grondstoffen en andere producten uit de ontwikkelingslanden.

  • De voortdurende braindrain uit de arme naar de rijke landen op steeds meer levensgebieden, gegeven de afnemende bereidheid bij de bevolking van veel rijke landen, om op alle niveau’s de arbeid te leveren die voor het functioneren van hun samenleving noodzakelijk is.

Suriname heeft mogelijkheden om ook op economisch gebied en daarmee tevens op sociaal en cultureel gebied, zijn ontwikkeling in eigen handen te blijven houden, al zullen wij, in elk geval voorlopig, niet in staat zijn om al de aspecten, die op economisch gebied van buiten uit onze zelfstandigheid bedreigen, volledig te elimineren.

In de mijnbouwsector blijven er goede vooruitzichten voor een voortgaande substantiële bijdrage in de inkomsten van de staat en van vele gezinshuishoudingen, het laatste in de vorm van werkgelegenheid voor Surinamers.

In de agrarische sector ondervinden wij thans grote problemen, onder meer als gevolg van de veranderende politiek op de traditionele afzetmarkten.Als wij bereid zijn de noodzakelijke saneringen door te voeren kunnen wij voor onze landbouwproducten mogelijk onze plaats op deze traditionele markten heroveren.

Maar meer nog zullen wij moeten omzien naar vernieuwing, zowel wat betreft onze exportmarkten als ten aanzien van de producten die wij op die markten wensen af te zetten. Vernieuwing is noodzakelijk.

Naast de mijnbouw- en de agrarische sector zien wij nog zoveel gebieden waarin er voor, middelgrote en kleine ondernemers, nog ruimte bestaat voor uitbreiding van activiteiten en voor nieuwe initiatieven.

Er zijn perspectieven, mits wij als volk gezamenlijk en individueel, bereid zijn, onze intelligentie, onze creativiteit, onze werkkracht en onze financiën in te zetten, om daarmee op een eerlijke manier verdiensten op te bouwen, en vervolgens aan de gemeenschap terug te geven, dat deel waar de gemeenschap aanspraak op maakt.

Wij kunnen voor het vinden van de mogelijkheden voor nieuwe initiatieven onze blikken mede richten op de ruimere markten die in het kader van de CARICOM, in het kader van de WIDER CARRIBBEAN en in het kader van onze positie in Zuid Amerika en onze relatie met onze buurlanden, voor ons open gaan.

Landgenoten,

Niet alleen op politiek-ideologisch en economisch gebied moeten wij onze aandacht concentreren. De multi-etnische en multiculturele karakteristieken die het volk van Suriname mede definiëren, verplichten ons tot een niet aflatende aandacht en zorg voor het handhaven en zelfs verder uitbouwen en verstevigen van hetgeen wij tot nu hebben opgebouwd aan tolerantie, wederzijds respect, participatie en integratie tussen bevolkingsgroepen.

Wij moeten ons ervan bewust zijn, dat deze opdracht zich aan ons ook presenteert, voor samenlevingen die meer omvatten dan het nationale verband, voor de relatie met buurland Guyana, voor onze relatie met de America’s en voor onze relatie met de hele wereldgemeenschap, waarmee wij binnen het kader van de Verenigde Naties zullen blijven arbeiden aan vrede en veiligheid voor alle mensen.

Als één Volk,

Mannen en vrouwen,
Kinderen en jongeren,
Volwassenen inclusief senioren,
Burgers, militairen en politieambtenaren,
Bewoners van Stad, District en Binnenland,

verenigd door onze liefde voor Suriname
en verbonden
door onze nationale doelen,
onze plichtsbetrachting en solidariteit voor elkaar,
trekken wij verder,
om de uitdagingen op onze weg het hoofd te bieden
en successen te boeken
bestemd voor geheel het Surinaamse Volk.

OPO KONDREMAN, OEN OPO !
SRANAN GRON E KARI OEN !
GOD ZIJ MET ONS !
 

© Copyright Kabinet van de President