Redevoeringen

TOESPRAAK VAN DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME,
Z.E. RUNALDO RONALD VENETIAAN, TER GELEGENHEID VAN
130 JAAR HINDOSTAANSE IMMIGRATIE,
GEHOUDEN OP WOENSDAG 4 JUNI 2003

----------------------------------------------------------------------------

  • Mijnheer de Voorzitter van De Nationale Assemblee Ramdin Sardjoe,

  • Mijnheer de Vice-President van de Republiek Suriname, Jules Ratankoemar Ajodhia en echtgenote,

  • Dames en heren Ministers, Leden van De Nationale Assemblee en van andere Hoge Colleges van Staat,

  • Honorable Minister Shri Digvijay Singh from India,

  • Honorable Ministers from Guyana and Mauritius,

  • Leden van het Corps Diplomatique and tonight especially the Ambassador Om Prakash of India to Suriname,

  • Vertegenwoordigers van internationale en regionale organisaties,

  • Honorair Consuls,

  • Distinguished Guests from abroad,

  • Genodigden,

  • Dames en Heren,

Vanavond gaan wij in gedachten terug naar het moment, éénhonderd en dertig jaar geleden, waarop de eerste immigranten uit India voet aan wal zetten in ons land Suriname, voet aan wal op onze Surinaamse bodem.

Het moeten zeer ondernemende mannen en vrouwen zijn geweest, om in de hier goed bekend geworden havensteden als Calcutta, Bombay en Madras, toen reeds ver van hun huis en haard in districten als Utar Pradesh en Bihar, in te schepen voor de reis naar een geheel onbekende bestemming.

Het is bekend dat de eerste jaren in Suriname voor deze immigranten tijden waren van harde arbeid in de landbouw, onder barre omstandigheden en condities, in dienst slechts van het belang van de koloniale plantage-eigenaren.

Nu wij, feestvierend, onszelf een moment van reflectie gunnen, mogen wij niet voorbijgaan aan de rij van slachtoffers die zijn gevallen in die harde tijd.

Tegelijk memoreren wij de dappere en wijze leiders en functionarissen die de immigranten, afkomstig uit India, zo goed hebben weten te leiden en begeleiden, op weg naar een volwaardige plaats in de Surinaamse samenleving.
 

Excellenties,
Dames en heren,

De arbeidsvoorwaarden voor de immigranten uit India, waren zeer slecht, maar zij bevatten tenminste één lichtpuntje, namelijk de bonus voor de contractarbeiders die na het expireren van de contractperiode, besloten om in Suriname te blijven.

Deze bonus, bestaande uit een stuk land en een kleine som geld, zou een goede start mogelijk maken voor de zelfstandige vestiging in Suriname, eerst in de landbouw, geleidelijk aan uitgroeiend naar alle sectoren en alle niveau’s van onze samenleving.

De komst van de immigranten uit India heeft nieuwe dimensies toegevoegd aan het Volk van Suriname, nieuwe dimensies qua cultuur, religie, taal, kennis en vaardigheden, nieuwe dimensies ook qua dynamiek.

Nu, honderddertig jaar na de komst van de eerste immigranten uit India, staan wij voor de opdracht om, dit alles wat is meegekomen uit India, met al hetgeen hier is aangetroffen of uit andere landen van oorsprong ook is aangedragen, samen te smeden tot de hechte basis van het Volk van Suriname.

Die hechtheid zal ons leiden naar het geluk en de welvaart die wij zoeken voor ons Volk, daarmee ook voor de nazaten van degenen die zich lieten inschepen naar Suriname.

Wij willen hulde brengen aan al onze voorouders die uit India gekomen zijn.

Wij feliciteren al hun kinderen en kleinkinderen, al hun nakomelingen.

Wij feliciteren het Volk van Suriname.

Jai Jai Suriname!
Leve Suriname!

*****
 

© Copyright Kabinet van de President