Redevoeringen

1 oktober rede 2002

Voorzitter,

Leden van De Nationale Assemblee,

Aan het begin van de uiteenzetting van het te voeren beleid in het Begrotingsjaar 2003, ontkomen wij er niet aan om een korte beschouwing te wijden aan de heersende condities gedurende het jaar 2002.

In de huidige, heersende condities is het geruime tijd wegvallen van de reguliere inkomsten uit de bauxietsector, zeer dominant. Deze inkomsten zijn zoals bekend weggesluisd via het arrangement dat met de in ons Land inmiddels overbekende bruggenbouwer werd getroffen.

Dit arrangement heeft onze bevolking doen belanden in een armoede situatie die vergelijkbaar is met die van de arme Staten in Latijns Amerika en het Caribisch Gebied.

Door het wegvallen van de inkomsten uit de sector, die zo vaak is aangeduid als de kurk waarop de economie van Suriname drijft, zijn de Overheid, het Bedrijfsleven en dientengevolge ook de gezinshuishoudingen in ernstige moeilijkheden gebracht.

Met name de instroom van convertibele vreemde valuta is danig onder druk komen te verkeren, dit terwijl de uitgaven in alle sectoren zijn doorgegaan.

En hier zijn een paar van de bekende uitgavenposten in vreemde valuta:

  • Tickets voor overvolle vluchten, alles inclusief het bijbehorende handgeld, in vreemde valuta; wekelijks een aantal vluchten, tijdens het hoogseizoen zelfs meerdere vluchten per dag;
     

  • Kapitaalgoederen uit overvolle winkels, waarvan het volle assortiment wordt aangeschaft in vreemde valuta;
     

  • De winstovermakingen van een aantal buitenlandse bedrijven, in vreemde valuta;
     

  • Geregelde aflossingen van de berg van schulden.

Hiertegenover staat in feite slechts de dollarinstroom van de oliesector en de garnalensector, die weliswaar periodiek maar niet maandelijks op gang komt.

Het zal opvallen dat de behoeftige rijstsector en de bananensector niet zijn genoemd voor het leveren van een bijdrage in de deviezeninstroom, terwijl de bosbouwsector de manifestatie te zien geeft van het mysterie van veel activiteit met daaruit vrijwel geen inkomsten voor de Staat.

De reguliere noodzakelijke uitgaven in vreemde valuta voor: brandstof, meel, medicijnen, kookgas en melkpoeder, behoren tot de verplichtingen van de Overheid die zij maandelijks dient na te komen, eveneens uit bovengeschetste zeer beperkte deviezenverdiensten.

Daarbij komt dat ten eerste het principe van een markt welke gebaseerd is op het mechanisme van vraag en aanbod volledig is uitgehold en ten tweede de geldhoeveelheid o.a. in de vorm van niet betaalde belastingen, die speelruimte boden voor steeds hoger opgezweepte wisselkoersen.

Terwijl de aandacht gericht werd op salarisverhoging van de ambtenaren, voltrok zich onder regie van enkelen, een voor de Surinaamse samenleving zeer negatief proces.

In deze sfeer is de verleiding groot om deze uiteenzetting te beperken tot de financieel-economische en monetaire aspecten van het regeringsbeleid. Aldus handelen zou echter ten zeerste tekort doen aan de ministers en hun medewerkers die, ondanks de zeer toegeknepen middelenstroom, zijn voort-gegaan met realiseren van wat gefinancierd kon worden en plannen voor het moment waarop er wel voldoende geld beschikbaar zal zijn.

Ik zal U dus een volledige uiteenzetting van het te voeren beleid presenteren, maar doe wel een dringend beroep op U volle aandacht te schenken aan hetgeen rondom de hot issues naar voren wordt gebracht.

J&P

In haar beleid richt de Regering zich op:

  • de versterking van de rechtsstaat en democratie;
     

  • een effectieve preventie en bestrijding van misdaad, ter verhoging en verbetering van het gevoel van veiligheid van de burgers;
     

  • de kwaliteitsverbetering van delinquentenzorg, voogdijvoorziening en kinder-bescherming;
     

  • het optimaliseren van het, zowel intern als extern functioneren van het Korps Politie Suriname, en
     

  • het adequaat doen functioneren van het Korps Brandweer Suriname.

Het streven gericht op de versterking van de rechtsstaat en democratie, door het reorganiseren van de Rechterlijke Macht ondervindt stagnatie die niet te overwinnen is met toepassing van aan de Regering ten dienste staande grondwettelijke middelen.

In de achter ons liggende jaren hebben enkele artikelen in de Grondwet met betrekking tot de positie van de President c.q. de Uitvoerende Macht ruim de aandacht getrokken. Het blijkt nu, dat er ook ten aanzien van de andere twee machten in onze Trias Politica discussie over mogelijke behoefte aan nadere voorzieningen in de Grondwet nodig is.

Intussen zal de Regering zich blijven inzetten voor versterking en uitbreiding van zowel de personele, de materiele en logistieke voorzieningen bij de Rechterlijke Macht.

Ook aan aanverwante voorzieningen zoals:

  • het verder professionaliseren van het bureau voor rechtshulp, en
     

  • het realiseren van aanvaardbare jeugdcellenhuizen voor zowel jongens als meisjes,

zal gewerkt worden.

Het justitieel beleid zal zich richten op de handhaving van wet en recht, zodanig dat de burgers zich beschermd voelen en overtuigd zijn te wonen in een rechtvaardige samenleving.Een integrale aanpak met betrekking tot rechtshandhaving en rechtsbescherming voor geheel Suriname geldt dan ook als uitgangspunt.

Samenwerking zowel nationaal als internationaal, uitgaande van een probleem-gerichte werkwijze, waarbij het beoogd effect voorop staat, is in dit verband noodzakelijk.

Aan de rechtshandhavers zal daarom gericht getracht worden een bredere en meer integrale rol te verschaffen ter uitvoering van een samenhangend veiligheidsbeleid in Suriname.

Het streven gericht op een effectieve preventie en bestrijding van misdaad, zal de Regering trachten te realiseren door middel van het versterken van de kwaliteit en omvang van de personele bezetting en de voorzieningen van de betreffende diensten, alsmede spreiding van de voorzieningen.

Aan de roep om inschakeling van het Nationaal Leger zal daar waar nodig gehoor gegeven worden na een gedegen voorbereiding van daarvoor in aanmerking komende militairen.

Voor wat betreft de bestrijding van geweld tegen vrouwen en kinderen zal het Korps Politie Suriname spoedig een tweede slachtofferkamer in Paramaribo in gebruik nemen en wel op het Bureau Nieuwe Haven.

De bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, blijft hoge prioriteit genieten en zal ter hand genomen worden in samenwerkingsverbanden met internationale en regionale organisaties. Deze internationale samenwerking, waarvan training van personeel ook een onderdeel uitmaakt, zal verder worden gecontinueerd. Om te komen tot een veiliger verkeer zal de voorlichting intensiever plaatsvinden en zal gewerkt worden aan het optimaliseren van het wegmeubilair en het aanschaffen van transportmiddelen voor de verkeerspolitie.

Het streven is er op gericht dat aan het verkeer slechts deelgenomen zal worden middels voertuigen die tijdig de verplichte keuring hebben ondergaan. Een gedetailleerd wetsontwerp op dit stuk is in voorbereiding. Met het oog op de kwaliteitsverbetering van Delinquentenzorg zal gewerkt worden aan:

  • het verbeteren van de huisvesting van gedetineerden;
     

  • het uitbreiden van de resocialisatie mogelijkheden;
     

  • het verbeteren van de faciliteiten zowel financieel als anderszins materieel met betrekking tot het aantrekken van de nodige psychiaters en psychologen ter verbetering van behandeling en begeleiding van gedetineerden;
     

  • het op gang brengen van de bouw van jeugdopvoedingsgestichten voor zowel jongens als meisjes, en
     

  • het verder werken aan kwaliteits- en weerbaarheidsverbetering van penitentiaire ambtenaren.

    Vanwege de juiste interpretatie van de voorlopige in vrijheidsstellingsprocedure, is er een kentering gebracht in de overvolle cellenhuizen alsook met betrekking tot het aantal gedetineerden. De Regering zal de kwaliteitsverbetering van zowel de voogdijvoorziening als de kinderbescherming realiseren door middel van:
     

  • verbetering van administratieve -en inrichtingsprocedures;
     

  • evaluatie en bijsturing van de regelgeving en het effectueren van een Raad voor de Kinderbescherming, en
     

  • continuering van de verbetering van de huisvesting der ambtenaren van deze dienstonderdelen en het verder aantrekken van gekwalificeerd personeel.

Aandacht zal worden besteed aan de brandveiligheid in de samenleving, door het verbeteren en opvoeren van de brandpreventie, het optimaliseren van de controle, het toepassen van sancties bij niet-naleving van brandpreventieve maatregelen en het op adequaat niveau brengen en houden van de voorzieningen benodigd voor bluswerkzaamheden.

De wetgeving zal waar nodig aangepast worden, waardoor snel en adequaat kan worden ingespeeld op veranderingen in onze samenleving.De verdere uitbouw van de Beveiligings- en Bijstandsdienst Suriname zal worden bevorderd waardoor deze dienst beter tot zijn recht zal komen. Dit zal gepaard gaan met zowel personele als materiële versterking alsook door middel van het "upgraden" van het bestaand kader.

BIZA

De lange termijn ontwikkeling van de overheid op grond van reformatie van de publieke sector wordt verder voorbereid. Deze ontwikkelingsrichting heeft primair ten doel om de kwaliteit van het functioneren van het overheids-apparaat te verhogen en daarmee een geintensiveerde bijdrage te leveren aan de nationale ontwikkeling. In verband hiermee is de eerste gedachten-wisseling met de Inter-American Development Bank (IDB) afgerond.

Het overheidspersoneelsbeleid krijgt nieuwe impulsen. Vooruitlopend op de ontwikkeling van het Civil Servants Development Program als integrerend deel van de Public Sector Reform, is integraal en evenwichtig beleid in voorbereiding en uitvoering.

Op het gebied van de administratie en informatie wordt de Centrale Personeelsadministratie gecompleteerd en ingericht in een systeem welke zich moet ontwikkelen tot een netwerk automatisering over het gehele overheidsapparaat.

Aansluitend op de landsdienarenregistratie wordt de gedetailleerde structuur van de overheid in kaart gebracht. Er wordt een quick scan project van de personele bezettingsgraad voorbereid. Dit moet zorgdragen voor een mogelijke herverdeling van het overheidspersoneel om het afwisselend tekort- en overschotbeeld te nivelleren en de bestaande human resource capaciteit beter en evenwichtiger te benutten.

De Overheid wordt institutioneel versterkt in het bepalen van formaties, hetgeen de systematische vaststelling daarvan in het kader van de Public Sector Reform moet faciliteren.

Met betrekking tot de organisatie en het personeelsmanagement is het onderdirectoraat voor overheidspersoneelsbeleid geoperationaliseerd en worden er departementale en interdepartementale werkstructuren aangelegd.

De Adviesraad voor Personele Aangelegenheden, het Onderhandelings-orgaan van de Overheid en het Georganiseerd Overleg krijgen de nodige voorzieningen om hun uit te breiden taken te kunnen volvoeren.

In verband met opleiding en kadervorming wordt het ter zake bestaand project met de Anton de Kom Universiteit van Suriname verder ter hand genomen terwijl onderzoek en analyse van werkprocessen binnen het overheidsapparaat moeten leiden tot bevordering van deskundigheids-ontwikkeling.

De algemene ambtenarenopleidingen worden gewijzigd zodat die beter afgestemd raken op de praktijk van de overheidsfunctionering. De mogelijkheden worden bestudeerd om deze opleidingen verder te integreren in hogere opleidingsvormen.

Het project Kader en Ontwikkeling wordt geïnitieerd om kader voor de overheid aan te trekken en hun verder te vormen in de implementatie van beleidsvoorbereidende en -uitvoerende taken. Hiermee wordt getracht de beschikbaarheid van deskundigen te verhogen en de uitvoeringscapaciteit van de overheid te bevorderen.

In het kader van de ontoereikende personeelsdiscipline van een deel van het overheidspersoneel worden informatiebijeenkomsten voorbereid om de ambtenaar beter kennis te doen dragen van de rechten en plichten alsmede de rol van de overheid bij de nationale ontwikkeling.

Voorts kan worden tegemoet gezien dat de Personeelswet en andere regelingen stringenter en uniformer worden toegepast. In verband hiermee wordt de dienst voor algemene inspectie van overheidspersoneel geïntroduceerd.

Ten aanzien van de departementale personeelszorg worden de taken uitgebreid met activiteiten gericht op de begeleiding van ambtenaren in het doorlopen van hun ontwikkelingsproces bij de overheid. De inspanning moet gericht zijn om de ambtenaar meerzijdig te ondersteunen en de personeels-zorg binnen het integraal personeelsbeleid een substantiële plaats toe te kennen.

Er worden mechanismen ontwikkeld om te geraken tot het heractiveren van inactieve ambtenaren en de toepassing van wachtgeldregelingen wordt nader bestudeerd.

De pensioenen zijn aangepast en het Pensioenfonds wordt de mogelijkheid geboden om conform de wettelijke regelingen inhoud te geven aan haar verantwoordelijkheden.

De toekenning van toelagen aan het overheidspersoneel wordt geordend om de rechtmatigheid en doelmatigheid daarvan te bevorderen. Er wordt een aanzet gegeven tot de vaststelling van nieuwe criteria ten aanzien hiervan.

Het resultaat van het overleg met de vertegenwoordigingen van het overheidspersoneel trekt een hoge mate van aandacht in het facet van de loonaanpassingen. Belangrijk is om aan te geven dat de mechanismen welke daaraan ten grondslag liggen zich richten op het intensief zoeken naar een evenwicht in het krachtenspel waarbij er wordt gewaakt over de arbeidsrust, de financiële positie van de overheid en de bezoldigingsordening op grond van de wet.

Hoewel het een aangelegenheid is van bijzonder gecompliceerde aard gegeven de intensieve mate waarin verschillende groepen binnen het ambtenarenapparaat wensen zorg te dragen voor het veiligstellen van de belangen ten opzichte van elkaar, heeft de Regering tot nog toe kunnen verwezenlijken dat een belangrijk deel van de eerste fase is doorlopen.

De Regering neemt het lange termijn proces van de tweede fase ter hand waarbij de bezoldigingsproblematiek een duurzame oplossing tegemoet mag treden welke gebaseerd is op rechtvaardige waardering op grond van gefundeerde verhoudingen.

Het inlopen van de achterstand in de verstrekking van ID kaarten is goed gevorderd. Het creëren van de randvoorwaarden om mogelijk het nieuw ID kaarten project uit te voeren wordt voortgezet.

De oriëntatie om te geraken tot de uitgifte van moderne paspoorten wordt geïntensiveerd.

De tarieven die verbonden zijn aan de dienstverlening van de Bureau's voor Burgerzaken zijn dichterbij de reële kosten gebracht.

De uitbreiding van het netwerk van Bureau's voor Burgerzaken wordt voortgezet om de dienstverlening dichterbij het publiek te brengen.

Tevens worden logistieke en organisatorische voorzieningen voor de klantvriendelijke dienstverlening verder getroffen.

De opleiding van kader voor de verkiezingsorganisatie wordt voortgezet. Er worden voorbereidingen getroffen om de structurele ter inzage legging van kiezerslijsten te bewerkstelligen. Het actueel houden van de kiezers-administratie vormt een continue activiteit van het Centraal Bureau voor Burgerzaken.

Deze post-electorale activiteiten worden doelgericht uitgebreid in het kader van de algemene vrije en geheime verkiezingen.

De bouw van het nieuw archiefgebouw wordt verder voorbereid.

Archiefkader wordt verder gevormd en de aanbieding van het wijzigingsvoorstel van de archiefregelgeving aan de Nationale Assemblee kan worden tegemoet gezien.

Na de getroffen noodvoorzieningen om verlies van archiefmateriaal te beteugelen is de organisatie van het 's lands Archiefdienst aangepast om tegemoet te komen aan de dienstverlening aan het publiek.

De archiefbronnen worden ontsloten en de digitalisering voorbereid.

De ratificatie van het Verdrag van Belem do Para en de rapportage van de vorderingen inzake de "Convention on the Elimination of all forms of Discrimination Against Women" (CEDAW), het zgn. VN-vrouwen Verdrag bevestigen mede dat Suriname m.b.t. de ontwikkeling van de vrouw goed op weg is.

De nationale regelgeving dient geharmoniseerd te worden met diverse internationale verdragen. Thans wordt de concrete formulering van de wetsaanpassingen gefinaliseerd.

De uitvoering van het Integraal Genderactieplan wordt voortgezet. Het gendermanagementsysteem van de overheid is in werking terwijl de ondersteuning aan NGO's wordt voorzien van nieuwe dimensies.

De inspanning van religieuze organisaties om de Surinaamse samenleving te verheffen naar een hoger moreel niveau, wordt door de Regering ervaren als een belangrijke bijdrage in de totstandkoming van een der basisvoorwaarden voor de ontwikkeling van land en volk. De Regering is erkentelijk voor deze bijdrage en zal waar mogelijk haar ondersteuning daaraan blijven verlenen.

RO

In het komend jaar zullen de activiteiten op het gebied van de regionale bestuursvoering zich toespitsen op de versterking van de Bestuursdienst. Dit regionaal opererend apparaat van de centrale overheid, met aan het hoofd de Districtscommissaris, zal een cruciale rol hebben te vervullen bij de verwezenlijking van het decentralisatiebeleid van de Regering.

De Bestuursdienst zal richting moeten helpen geven aan het gestadig voortschrijdende decentralisatieproces, waarin gefaseerd bestuurlijke bevoegd-heden en verantwoordelijkheden aan de districten zullen worden overgedragen. Zodoende zullen de districten grotere zeggenschap krijgen ten aanzien van de ontwikkeling van de eigen leefgemeenschap.

Met het oog hierop dient de Bestuursdienst een sterke dynamische vertegenwoordiging van de centrale overheid te vormen, die in een intensieve interactie met de districtsbevolking en de haar vertegenwoordigende organen zorgt voor de vervulling van de voorwaarden voor de ontwikkeling van het district.

Hiertoe zal de Bestuursdienst adequaat moeten worden toegerust.

Tot de maatregelen die in dit verband zullen worden getroffen, behoren onder andere heractivering van de opleiding van bestuursambtenaren, evaluatie van het rangenstelsel, een gericht mutatiebeleid met als doel een optimale bemensing van de bestuursposten, en het voorzien in de benodigde faciliteiten voor een adequate functionering van deze dienst.

Ook aan de verbetering van het functioneren van de Districtsraden en Ressortraden zal in het kader van de regionale bestuursvoering verder aandacht worden besteed. Reeds zijn daartoe aanzetten gegeven via de inmiddels door De Nationale Assemblee goedgekeurde wet, waarin het betalingssysteem dat op deze organen van toepassing was, is gewijzigd. Ook zijn de vergoedingen van de leden van deze organen naar een realistischer niveau opgetrokken.

Er zal verder worden gewerkt aan de vervulling van de voorwaarden, die een institutionele betrokkenheid van de regionale organen bij de activiteiten van de centrale overheid in de districten c.q. ressorten moeten bewerkstelligen.

Met name zal worden bevorderd dat de door de regionale organen aangegeven prioriteiten, richtlijnen en adviezen mede leidraad zullen vormen bij de voorbereiding van werkzaamheden door of vanwege de centrale overheid alsmede van projecten in het kader van de gemeenschapsontwikkeling.

Ook zullen de regionale organen worden ingeschakeld bij de controle op de uitvoering van beleidsmaatregelen en van projecten, gericht op de verbetering van het woon- en leefklimaat in de districten en ressorten.

De regionale organen zullen ook een belangrijke rol hebben te vervullen bij de mobilisatie van de eigen bijdrage van de gemeenschap, bij de projecten die met deelfinanciering van onder andere het Community Development Fund Suriname, het Microprojecten Programma en het Fonds Ontwikkeling Binnenland zullen worden uitgevoerd.

Het beleid van de Regering zal zich voorts richten op de heractivering van de waterschapsactiviteiten in ons land. Waterschappen kunnen een bijzonder nuttige functie vervullen in het kader van de waterhuishouding in agrarische gebieden.

Ter verbetering van de bestuurbaarheid van het district Sipaliwini zal op grond van het Reglement op het beheer der districten een indeling van dit district in meerdere bestuursressorten worden doorgevoerd. Deze indeling heeft tot doel in het district Sipaliwini te geraken tot bestuursressorten, die elk zoveel mogelijk een sociaal-geografische eenheid vormen en die een efficiënte bestuursvoering, gericht op de ontwikkeling van het aanwezige menselijk en natuurlijk potentieel, mogelijk maken.

Op daartoe aangewezen locaties in het district Sipaliwini zullen bestuurscentra worden ingesteld, met het doel de dienstverlening van de overheid zo dicht mogelijk naar de lokale bevolking toe te brengen. In deze bestuurscentra zullen gefaseerd verschillende overheidsdiensten worden gevestigd. In eerste aanleg wordt gedacht aan bestuurskantoren, politieposten, diensten ten behoeve van de burgerregistratie, de sociale zorg, de medische zorg, het onderwijs en voor het beheer van nutsvoorzieningen.

Van belang is, dat zodoende het overheidsgezag in de desbetreffende gebieden kan worden versterkt. Het streven is er voorts op gericht dat deze bestuurscentra worden uitgebouwd tot groei- en ontwikkelingskernen, van waaruit de verdere ontwikkeling van het binnenland slagvaardiger ter hand kan worden genomen.

DEF

In het kader van de rechtshandhaving in het aan Suriname grenzende zeegebied tot 200 zeemijlen, zullen de daarvoor in aanmerking komende onderdelen van het Nationaal Leger worden belast met de taak van kustwacht van Suriname. Hierbij zullen eventuele knelpunten die te maken hebben met civiele aspecten in het werk van de kustwacht, worden opgelost.

Door een adequate aanpak van de kustwachttaken, zullen de belangen van de Republiek Suriname in het onderhavige zeegebied worden veiliggesteld, terwijl invulling wordt gegeven aan de verdragen waar Suriname partij bij is.

Een nationaal rampenplan zal geformuleerd worden. Dit nationaal rampenplan zal bewaakt worden vanuit een nationaal rampencentrum. Bij de voorbereiding van zo'n plan en centrum en bij de taakvervulling in het kader van dit plan zal de defensie-organisatie samenwerken met instanties zoals de Districts-kommissarissen, het Korps Politie Suriname, het Korps Brandweer Suriname, de Luchtvaartdienst en het Academisch Ziekenhuis.

De belangstelling die het buitenland heeft voor een op te richten nationaal rampencentrum, dat ook bij rampen in de regio zijn diensten kan bewijzen, is reeds tot uiting gekomen in de beschikbaarstelling van financiële middelen voor het restaureren en inrichten van gebouwen voor de opslag van hulpgoederen bij rampen in en buiten Suriname.

De reorganisatie van de gezondheidszorg voor militairen is in studie. Daarbij wordt overwogen het Staatsziekenfonds i.v.m. de beheersing van de kosten een centrale rol toe te bedelen, zonder dat getornd wordt aan het bij wet vastgelegd recht van militairen op volledige gezondheidszorg. Deze reorganisatie zal zodanig moeten zijn dat de militaire gezondheidszorg afgestemd blijft op de behoefte die daaraan bestaat bij militaire operaties.

Het sportbeleid van het Nationaal Leger wordt hervormd, waarbij ernaar gestreefd wordt om alle sportactiviteiten die plaatsvinden onder de noemer SNL (voetbal, basketbal, slagbal), te doen ontplooien door voornamelijk militairen.

Voor zover er particuliere sponsoring van deze activiteiten nodig is, zal zulks slechts kunnen geschieden door burgers en instanties die de nodige financiële middelen door een aantoonbaar legale activiteit gegenereerd hebben en daarnaast daarmee geen morele verplichting opleggen aan het Nationaal Leger.

De afgelopen jaren is er onnodig veel ontevredenheid onder militairen geweest door het ontbreken van een algemeen bekend, doorzichtig en rationeel opleidings- en bevorderingsbeleid.

Om hierin verandering te brengen is bereids een concept-bevorderingsbeleid met militairen van alle rangen doorgenomen. Dit concept bevindt zich thans in de fase waarin het door de Regering in bespreking genomen kan worden.

De discussie over het bevorderingsbeleid heeft bijgedragen tot een helder inzicht in de voor de bevorderingen benodigde opleidingen. Het een en ander zal in dit nieuwe beleidsjaar leiden tot de vaststelling van een opleidingsplan voor militairen.

Het landbouwproject van het Nationaal Leger in het district Saramacca is inmiddels gerehabiliteerd en voorziet weer in een belangrijk deel van de behoefte van het Nationaal Leger aan verse groenten.

Onlangs is het militair woningbouwproject te Voorburg in het district Commewijne, van start gegaan. In het beleidsjaar 2003 zal in het kader van dit project een bijdrage geleverd worden aan de leniging van de woningnood die ook onder de militairen bestaat.

De grondwettelijke hoofdtaak van het Nationaal Leger is de bewaking van het grondgebied en de soevereiniteit van de staat Suriname tegen buitenlandse, militaire gewapende agressie. Inmiddels wordt in ons Land algemeen de roep gehoord om militairen in te zetten bij de bestrijding van de nationale en internationale criminaliteit. Ook bij de bestrijding van het terrorisme kunnen de militairen met inzet van hun militaire middelen en methoden een belangrijke bijdrage leveren.

Inzet van militairen bij de criminaliteitsbestrijding zal verder worden uitgewerkt en gestructureerd. In het kader van de bevordering van de civiel-militaire relaties zullen militairen ook participeren in de ontwikkelingsinspanning van de burgergemeenschap.

De uitdagingen waar het Nationaal Leger zich voor gesteld ziet, vraagt om een jong en dynamisch leger dat in vorm gehouden wordt, mede door een goed instroom- en uitstroombeleid.

Met het oog op de uitstroom van oudere krachten, dienen de leden van het Leger

gaandeweg uitgerust te worden met voldoende vaktechnische vaardigheden, zodat zij in staat zijn om na hun terugkeer in de burgermaatschappij een bestaan op te bouwen.

Een in het komende beleidsjaar op te richten reservistenkorps zal de mogelijk-heid bieden om opgedane militaire vaardigheden, ook na de pensionering te conserveren.

BUZA

Het buitenlands beleid stelt ons Land in de gelegenheid zijn belangen in regionaal en internationaal verband te bevorderen. Tegelijk wordt het gesteld voor de invulling van de opdracht die in de moderne tijd rust op elke zelfstandige staat, namelijk het leveren van zijn bijdrage in het bevorderen en handhaven van vrede en stabiliteit in de wereld.

Voor Suriname, dat met bijna elk deel van onze wereld banden heeft, is dit laatste niet altijd een eenvoudige zaak, gegeven de conflicten die zich in de wereld manifesteren, niet zelden tussen partijen die beide tot onze vrienden of zelfs verwanten gerekend moeten worden.

Hier komt nog bij dat het beleid in overeenstemming moet zijn met de aspiraties van het volk van Suriname voor economische en sociaal-maatschappelijke vooruitgang, voor eerbiediging van de mensenrechten, voor de rechtstaat en de democratie, en voor bescherming van het milieu.

De onderlinge afhankelijkheid tussen Staten manifesteert zich voor een zeer belangrijk deel door de interactie als gevolg van de wederzijdse nabijheid, waardoor aspecten als oncontroleerbare bevolkingsbewegingen, goederen-verplaatsing, een belangrijke rol gaan spelen. Bovendien sluiten de landen op afstand, in het bijzonder de rijke landen, letterlijk en figuurlijk de gelederen in hun regionale blokken, aldus de overige landen maar een keus overlatend: zich te bundelen in het eigen regionaal verband.

Suriname participeert aldus in de CARICOM, en treedt de rest van de wereld veelal vanuit dat verband tegemoet. Hoofdstreven van de Caricom is in deze periode de vestiging van een Caribische eenheidsmarkt, met daarbij vrije verplaatsing binnen het Caricom-gebied van goederen en diensten, kader en kapitaal.

De Regering zet zich ten volle in voor een goede voorbereiding van de gehele bevolking, w.o. overheid, bedrijfsleven, vakbeweging en andere organisaties in het maatschappelijk middenveld, op de geheel nieuwe verhoudingen die spoedig, namelijk in 2005 een feit zullen zijn.

Binnen de Caricom draagt Suriname bijzondere verantwoordelijkheid voor de regionale aspecten op de gebieden cultuur, jeugd, sport en gender. In de komende maanden is Suriname bovendien voorzitter van de Council for Human and Social Development (COHSOD).

Binnen de Caricom heeft Suriname met Guyana ernstig meningsverschil over de loop van de grens. Met name het negeren door Guyana van de Overeenkomst van Chaguaramas, gesloten tussen Arron en Burnham, vormt een hinderpaal voor de optimale samenwerking tussen deze twee Caricom lidlanden, de enige met een gemeenschappelijke grens. Met name wordt de basis voor het overleg in de Grenscommissie aangetast.

De Regering werkt samen met de buurlanden, Brazilië, Frankrijk (La Guyane) en Guyana, aan: de veiligheid, in de zin van gezamenlijke strijd tegen de criminaliteit en menselijke veiligheid in de zin van de strijd o.a. tegen malaria, HIV/Aids. Verder richt de samenwerking zich op o.a. controle op het transport van goederen, diensten en kapitaal.

Om inzicht te hebben over wie Suriname binnenkomt via onze Oostgrens zal in St. Laurent een afdeling van het consulaat van Suriname, dat in Cayenne gevestigd is, geopend worden.

Met Brazilië is een samenwerking aangegaan, gericht op de gezondheid van Surinaamse en Braziliaanse goudzoekers in het binnenland. Deze samenwerking behelst ook een consulaire samenwerking gericht op de registratie van Brazilianen in Suriname.

Voor Venezuela zal zeer binnenkort een ambassadeur benoemd en beëdigd worden. Momenteel vindt er samenwerking plaats op het gebied van de visserij en veiligheid. De gemengde commissie Suriname Venezuela is het verantwoordelijk mechanisme voor de voortgang van zaken.

Ten aanzien van de economische samenwerking en blokvorming wordt gestreefd naar het stroomlijnen van de verschillende integratieprocessen. De betrekkingen met Mercosur, het Andespact maar vooral met de ACS moeten in dit verband worden gezien.

Op het Westelijk Halfrond heeft ons land ter versterking van onze economie ook relaties met Canada, Mexico, de USA en Chili. Al deze landen en kleinere handelsblokken op dit westelijk Halfrond bewegen zich in de richting van een groot handelsblok de FTAA.

Suriname viert dit jaar haar 25 jarig jubileum als lid van de oudste regionale organisatie in de wereld, de OAS. Middels de ondertekening van de "lnter-American Convention Against Terrorism", de ratificatie van de "lnter-American Convention Against Corruption" en de "lnter-American Convention on the Prevention, Punishment and Education of Violence against Woman" (Belem do Para verdrag) heeft Suriname onlangs wederom haar commitment getoond voor het waarborgen van stabiliteit, veiligheid en gelijkheid op het Westelijk Halfrond.

Het buitenlands beleid legt zich in dit verband erop toe om zowel op multilateraal niveau als in bilateraal verband de betrekkingen met de landen in Europa, Azië, Afrika en het Midden Oosten nauwer aan te halen en uit te diepen.

De relaties met Europa voltrekken zich op het multilaterale vlak hoofdzakelijk in het kader van de EU/ACP relatie, terwijl op het bilaterale vlak de vriendschaps-banden met Nederland worden onderhouden.

Op bilateraal niveau is er sprake van een goede samenwerking met het Verenigd Koninkrijk, België, Frankrijk, Italië, Rusland en Duitsland.

Met China, Japan, India, Indonesië, Maleisië en Zuid Korea heeft Suriname een structurele bilaterale relatie op economisch, politiek en technisch gebied.

Suriname ondersteunt de "One China policy". China heeft zich door de jaren heen laten kennen als een partner van Suriname door de ontwikkelings-inspanningen van ons land te ondersteunen middels de uitvoering van diverse samenwerkingsprogramma's en het plegen van directe investeringen. In dit geval mag worden verwezen naar projecten zoals volkswoningbouw in het binnenland, de bouw van koel- en vriesfaciliteiten op de JAP luchthaven en de bouw van een kantoorpand t.b. v. het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

De traditionele nauwe relatie met India zal eveneens worden uitgediept en geïntensiveerd.

De vlotte samenwerking op het gebied van o.a. onderwijs, cultuur en technische assistentie zal worden aangevuld met een op handen zijnde invulling van de kredietovereenkomst van ca. 10 miljoen US dollar ter ondersteuning van de Surinaamse economie.

Ook de goede betrekkingen met Japan zullen verder worden versterkt en uitgebouwd.

In dit verband verdient vermelding de bijzondere bijdrage die de Japanse overheid aan onze ontwikkeling heeft geleverd middels de financiering van elektrificatie projecten in de districten Saramacca en Commewijne.

De Surinaamse Regering heeft het voornemen om op korte termijn een ambassade te openen in Jakarta, Indonesië.

Het ligt in de bedoeling dat de missies in India, China en Indonesië in nauw overleg met elkaar het Aziatisch continent en ons land dichterbij tot elkaar brengen en de basis leggen voor het uitbouwen van de relaties met de ASEAN.

De relaties met de landen op het Afrikaans continent manifesteren zich primair i.h.k.v. multilaterale samenwerking, waarbij gezamenlijke doelen worden nagestreefd. De betrekkingen in de bilaterale sfeer o.a. met Zuid-Afrika, Nigeria en Ghana zullen verder worden versterkt en uitgediept.

Met de Organisation of Islamic Conference (OIC) zullen de relaties voortgezet worden.

Ons land zal zich blijven inzetten om in het kader van de VN tezamen met de wereldgemeenschap de mondiale vraagstukken en grensoverschrijdende problemen aan te pakken en het werk van de VN gericht op het handhaven van de vrede in de wereld, te ondersteunen.

PLOS

De Sociaal Economische Raad is in samenwerking met de sociale partners voorbereid. Ingeval van goedkeuring door DNA kan in het komend jaar de SER organisatie worden opgezet en een aanvang worden gemaakt met het functioneren van deze Raad. Dit orgaan zal het draagvlak voor het sociaal-economisch beleid vergroten, de stuurkracht van de overheid versterken en de particuliere sector voorzien van een kader voor de planning en implementatie van haar initiatieven.

Het bestaand planapparaat zal in 2003 versterkt worden. De Planningsafdelingen op vakministeries zullen worden ondersteund en uitgebreid. Daarbij zullen met name voorzieningen getroffen worden om zowel bij de planning als de uitvoering op output te meten.

De in het Meerjaren Ontwikkeling Plan (MOP) opgenomen indicatoren vormen hierbij een goed uitgangspunt.

De ontwikkelingssamenwerking zal verder dienstbaar worden gemaakt aan de duurzame ontwikkeling van Suriname.

De transitie naar een meer zelfstandige en onafhankelijke ontwikkelings-financiering wordt voortgezet. Daarbij zal gestimuleerd worden, dat het particulier initiatief, inspeelt op de ruimte om bij te dragen aan nationale groei en ontwikkeling.

Na de afronding van de betreffende sectorstudies zal het meerjarenbeleid geformuleerd worden voor de sectoren: Onderwijs, Gezondheidszorg, Justitie en Politie, Milieu, Huisvesting, Transport, Industrialisatie, Energie en de Agrarische Sector.

De voorbereidingen voor de Algemene Volks- en Woningtelling zullen in 2003 worden afgerond en de daadwerkelijke telling zal worden uitgevoerd.

Suriname is samen met de overige Caribische landen op drie fronten betrokken bij regionale en internationale onderhandelingen te weten:

a) de "Economic Partnership Agreement" (EPA) tussen de ACP en de EU;

b) de "Free Trade Area of the Americas" (FTAA), en

c) het toekomstige handelsregiem in het kader van de "World Trade Organisation" (WTO).

De drie onderhandelingsvelden moeten uiteindelijk leiden tot internationale handel onder voorwaarden in lijn met WTO richtlijnen.

Verder participeert Suriname actief in de Caricom bij de vorming van de Caribbean Single Market & Economy (CSME).

Er is een programma in uitvoering, dat de effectiviteit van maatregelen ten aanzien van armoedebestrijding moet vergroten.

Er wordt daarin aandacht besteed aan de sociale aspecten van armoede-bestrijding, maar de nadruk wordt gelegd op armoedebestrijding door welvaartsontwikkeling op grond van het eigen economisch en cultureel potentieel.

Het Micro Projecten Programma II (MPP II), bedoeld voor duurzame gemeenschapsontwikkeling en armoedebestrijding, is in succesvolle uitvoering. In 2003 zullen voorbereidingen getroffen worden tot financiering van een derde Micro Projecten Programma (MPPIII).

HI

De Regering zal zich in het komend jaar in het bijzonder toeleggen op een aantal activiteiten die ervoor moeten zorgen dat de Surinaamse producent kan voldoen aan de internationale marketing condities. In dit kader is reeds geruime tijd de oprichting van een Bureau voor Standaarden in voorbereiding. Een wets-ontwerp ter zake is inmiddels gereed en voor commentaar voorgelegd aan belanghebbende organisaties.

Het Bureau voor standaarden moet zorg dragen voor het ontwikkelen en onderhouden van de standaarden, die uiteindelijk moeten leiden tot certificering van lokaal gefabriceerde goederen. Het Bureau zal de lokale vertegenwoordiger zijn van de Caribbean Regional Organization for Standards and Quality (CROSQ) en van de Internationale Organisatie voor Standaarden (ISO).

Vooruitlopend op de goedkeuring van de standaardenwet en de inrichting van het Bureau, zal alvast een Informatie Centrum ingericht worden. Immers, Suriname is thans nog het enige land binnen de CARICOM dat geen Bureau voor Standaarden heeft. Dit brengt ons land in een nadelige concurrentiepositie binnen dit regionale handelsblok. De diverse CARICOM-landen gaan meer en meer technische handelsbarrières opwerpen om hun lokale industrieën te beschermen, een ontwikkeling waar Surinaamse exporteurs geen antwoord op hebben.

De beschikbaarheid van industrieterreinen is een basisvoorwaarde voor het stimuleren van industriële ontwikkeling in Suriname. Binnen deze context zijn aan de Regering reeds voorstellen gepresenteerd om een aantal gebieden voor industriedoeleinden te bestemmen. Deze voorstellen zijn thans in studie en in het komend jaar zal de vaststelling van bestemmingsplannen voor gronden t.b.v. de industrie een feit kunnen zijn.

Internationaal wordt steeds meer erkend dat middels een partnerschap tussen de private en de publieke sectoren het ondernemersklimaat verbeterd dient te worden. In dit kader kan worden gesteld dat het Suriname Business Forum, het public/private sector partnerschap, in de achterliggende periode baanbrekend werk heeft verricht. Thans wordt de nationale strategie voor de ontwikkeling van de private sector afgerond. In het komend begrotingsjaar zullen daaruit voortvloeiende concrete projecten in uitvoering worden gebracht.

Een industrieel masterplan, dat als kapstok zal dienen voor alle industriële activiteiten, zal dit jaar worden afgerond.

De regering heeft besloten om de ontwikkeling van Vrij handels Zones en Export Processing Zones tot één van haar prioriteiten te maken. Met de identificatie van mogelijke locaties en de voorbereiding van het wettelijk kader is reeds een aanvang is gemaakt.

Om de gevolgen van de globalisatie, de diverse handelsverdragen en de internationale handelsverplichtingen te kunnen inschatten, is in samenwerking met de UNDP een aanvang gemaakt met een Impact Studie. Deze studie zal concrete indicaties moeten geven over het te voeren beleid, zowel naar binnen Suriname als naar buiten toe, om de negatieve effecten van de globalisatie te minimaliseren en de positieve mogelijkheden maximaal te benutten.

Het ingezette proces van handelsliberalisatie wordt voortgezet, hetgeen concreet inhoudt dat het wettelijk kader van het goederenverkeer zal worden vernieuwd. Een nieuwe handelswet zal spoedig aan De Nationale Assemblee worden aangeboden. In het algemeen zullen procedures en activiteiten die niet langer passen in een geliberaliseerde economie, worden afgebouwd.

In het kader van de modernisering van onze economie kan verder worden vermeld dat nieuwe ruimere openingstijden voor handelsbedrijven dit jaar een feit zullen zijn. Overleg met het bedrijfsleven omtrent vereenvoudiging van de regelgeving vindt voortdurend plaats. Het is te verwachten dat met name op het gebied van de procedure voor het opzetten van NV's dit jaar vorderingen zullen worden geboekt.

De modernisering van de Dienst Waarborg en Ijkwezen wordt voortgezet.

LVV

Het landbouwbeleid zal worden afgestemd op de ontwikkelingen in de globaliserende wereld. De W.T.O. - regelgeving vormt een cruciaal onderdeel van dit proces.

Verder zal aan de regelingen in het kader van de regionale overeenkomsten, zoals de Caribbean Single Market and Economy en de spoedig op te richten FTAA, invulling gegeven moeten worden.

De Overheid zal zich steeds meer beperken tot het scheppen van voorwaarden en het monitoren en reguleren van de ontwikkeling. Deze aspecten zullen zeker aan de orde komen in de Agrarische Sector Studie.

Ook de rijst- en bacovenproducenten zullen door de tendens op de wereldmarkt maatregelen moeten treffen ter verbetering van hun concurrentiepositie. Deze maatregelen omvatten factoren als verlaging van de kostprijs, verhoging van de productie, garandering van de continuïteit en verbetering van de kwaliteit.

Ter ondersteuning van de Subsector Rijst zal worden doorgegaan met de uitvoering van een Urgent Rehabilitatie Programma, houdende:

1. de uitvoering van het Urgentieprogramma Rehabilitatie Fysieke Agrarische Infrastructuur. Simultaan hiermee zullen beheersorganen in het leven worden geroepen;

2. programma's ter garandering en verbetering van de zaaizaadvoorziening, welke zullen moeten leiden tot hogere opbrengsten en een product van betere kwaliteit;

3. programma's ter verhoging van de efficiëntie en tevens verbetering van de oogst-, transport-, droog-, opslag- en verwerkingsfaciliteiten, en

4. verbetering van de toegang tot kredieten en kredietvoorwaarden.

In de BACOVEN subsector zal het ingezette moderniseringsproces worden doorgevoerd. De privatisering van de parastataal SURLAND zal op korte termijn worden afgerond ter veiligstelling van de bacoven subsector in ons land. Tevens worden maatregelen getroffen ter vergroting van de efficiëntie en voor het bewerkstelligen van kostprijsverlaging.

De planning voor de OLIEPALM sector richt zich op de verdere uitwerking van de getekende intentieverklaring met buitenlandse investeerders tot een definitieve overeenkomst.

Het bestaand Oliepalmbedrijf PATAMACCA N.V. zal geïncorporeerd worden in het bedrijf dat uit de definitieve overeenkomst zal voortkomen. Daarbij zal rekening worden gehouden met de belangen van de huidige werknemers en van de plaatselijke bevolking.

Binnen de TUINBOUW sector zal de teelt van groenten en fruit gestimuleerd worden, naast de teelt van bloemen en sierplanten. De export van deze producten zal belangrijke ondersteuning genieten van de bouw van de koel- en vriesfaciliteiten op de Johan Adolf Pengel Luchthaven.

Ter bescherming van producenten en boeren zal een ontwerp-zaadwet, houdende vaststelling regels voor de productie, kwaliteit, certificatie en verkoop van zaad, spoedig aan de Nationale Assemblee worden aangeboden.

De BIJENTEELT zal verder gestructureerd worden. Met de invoering van een schoolprogramma, vooral voor de districten, zal getracht worden de belang-stelling voor deze subsector te vergroten.

De reeds bestaande landbouw pilotprojecten voor een duurzame ontwikkeling van de landbouw in het BINNENLAND zullen gecontinueerd en waar nodig uitgebreid worden. De samenwerking met vrouwenorganisaties zal verder geïntensiveerd worden.

In het komend jaar zal in het AGRARISCH ONDERZOEK nog meer energie gestopt worden.

Het beleid zal zich meer richten op een milieuvriendelijker werkwijze in de agrarische productie. Met voortvarendheid wordt gewerkt aan aanpassing van de Bestrijdingsmiddelenwet.

Het beleid voor de subsector VEETEELT zal gericht zijn op verhoging van de vlees-, melk- en eierenproductie, waarbij centraal staat de zelfvoorziening in de voornoemde producten.

Zeer groot belang wordt gehecht aan maatregelen ter verbetering van de exportmogelijkheden van producten uit deze subsector, in het bijzonder rundvlees.

Het visserijbeleid zal zich richten op een verantwoorde en duurzame benutting van onze visserijbronnen met als doel het creëren van aanvullende werkge-legenheid in zowel de vangst, de teelt en de verwerking alsmede de verruiming van onze inkomsten uit de export van visserij-producten.

Verhoging van de organisatie graad zal een bijdrage leveren in de versterking van de bevolkingsvisserij.

NH

Een nieuwe concept mijnwet zal aan De Nationale Assemblee ter goedkeuring worden aangeboden. Deze mijnwet beoogt een aantrekkelijk investeringsklimaat te scheppen voor binnen- en buitenlandse investeerders.

De Regering voert besprekingen met vertegenwoordigers van Alcoa respectievelijk BHPbilliton inzake de versnelde ontwikkeling van de bauxietvoorkomens in West Suriname. Centraal bij deze besprekingen staat de continuïteit van de aluinaarde fabriek te Paranam na 2006 en de ontwikkeling van een geïntegreerde aluminium industrie in West Suriname.

Afhankelijk van de gepresenteerde plannen zullen de bedrijven in aanmerking kunnen komen voor bauxietreserves in West Suriname. Het streven is om in eerste instantie Memoranda of Understanding met beide bedrijven te tekenen, waarna het onderzoek kan aanvangen ter vaststelling van de exacte hoeveelheden bauxiet in West Suriname. In de tussentijd zullen ook de haalbaarheidsstudies t.a.v. waterkrachtwerken, een aluminiumsmelter en een aluinaarde fabriek verricht worden. Afhankelijk van de resultaten hiervan zullen er definitieve overeenkomsten getekend worden m.b.t. de realisatie van de voorgenomen plannen.

De Regering heeft van Cambior bericht ontvangen dat de Board of Directors van Cambior de Feasiblity study m.b.t. het Gross Rosebel project heeft goedgekeurd en dat opdracht is gegeven aan het management om in het laatste kwartaal van 2002 te beginnen met de bouw van de mijn, die begin 2004 operationeel zal zijn. De benodigde investeringen zijn begroot op US$ 95 miljoen, terwijl er een productie van 6700 kg goud met een waarde van US$66 miljoen per jaar gehaald zal worden. Zowel in de constructie fase als tijdens de operationele fase zullen 600 mensen emplooi vinden.

De lokale bevolking zal bij de voorbereiding van dit project worden betrokken.

Het beleid van de regering t.a.v. de aardoliesector is erop gericht om de bijdrage van deze sector aan de economie te vergroten. In dat kader zal de exploratie en de productieverhoging voortvarend ter hand worden genomen.

In Nickerie zal er een vervolg geochemisch onderzoek worden uitgevoerd en in het Calcuttagebied zullen drie exploratieboringen verricht worden.

In het Tambaredjogebied zullen 80 nieuwe productiebronnen worden bij geboord, waardoor de productie op minimaal 14000 barrels per dag gestabiliseerd zal worden.

De hiervoor benodigde investeringen zijn geraamd op $ 30 miljoen, terwijl de bruto omzet ca. $ 70 miljoen zal bedragen.

Ter garandering van de electriciteitsvoorziening van Paramaribo en omstreken zal in de komende jaren het beschikbaar elektrisch vermogen van de E.B.S. verhoogd worden. In dat kader zal de Centrale aan de Saramaccastraat gerehabiliteerd worden. Tevens zal een 161 KV-lijn van Paranam naar Paramaribo aangelegd worden, waardoor meer energie vanuit Afobakka kan worden betrokken.

In Nickerie zal er een 33 KV-transmissienet met onderstation worden gebouwd, terwijl de centrales te Coronie en Albina zullen worden gereconditioneerd en uitgebreid.

Wat het binnenland betreft zal de kwaliteit van de dienstverlening verbeterd worden door een regelmatig onderhoud van de centrales.

Gelet op het belang van de drinkwatervoorziening voor de samenleving zullen de nodige middelen worden vrijgemaakt om de bestaande drinkwater infrastructuur op peil te houden en zonodig uit te bereiden.

In het kader van het beleid om de drinkwater bedrijven van het kustgebied onder het beheer van de N.V. S.W.M. te plaatsen, waardoor er een betere dienstverlening naar de district bewoners toe kan plaatsvinden, zijn de drinkwaterstations van Helena Christina en Nickerie West het afgelopen jaar overgedragen.

Bijzondere aandacht zal besteed worden aan de verbetering van de drinkwater-voorziening in het binnenland, met name in de gebieden waar er goudwinning-activiteiten plaatsvinden hetgeen tot vervuiling van de rivieren leidt.

Ter ordering van de grondsector zal er een geautomatiseerd grondregistratie en landinformatie systeem worden ingevoerd. Een in te voeren kadaster maakt ook onderdeel uit van dit project. Bereids is er een bedrag 11.4 miljoen euro uit verdragsmiddelen in het kader van de Suriname-Nederland Ontwikkelingssame-nwerking goedgekeurd. De uitvoering kan reeds in november 2002 van start gaan.

Ter versterking van de diensten die belast zijn met de implementatie van het grondbeleid wordt het "Suriname Landsadministration and Landuse Planning" project voorbereid.

Om het productiepotentieel binnen de bosbouwsector op een duurzame wijze te benutten en aldus de productie substantieel te verhogen, zal de Regering de initiatieven van de particulieren in de bosbouwsector ondersteunen.



ATM

De formele uitbreiding van de taakstelling van het Ministerie van Arbeid met Technologische Ontwikkeling en Milieu is per 28 februari 2002 gerealiseerd.

Teneinde de coördinatie van het Milieubeleid, waarin centraal staan de bescherming, het behoud, de verbetering en rehabilitatie van het milieu adequaat ter hand te nemen, bereidt het Ministerie van ATM thans het opzetten van de nodige structuren voor. Hierbij wordt nuttig gebruik gemaakt van technische assistentie van de United Nations Environment Program. (UNEP).

Die structuren zullen dienstbaar moeten zijn bij de uitvoering van het beleid, dat in het komend dienstjaar op het volgende gericht zal zijn:

1) De bevordering van het milieubewustzijn, de milieu-educatie en de bevolkingsparticipatie, teneinde milieuvervuiling tegen te gaan.

2) De bevordering van de naleving van de door Suriname geratificeerde en/of getekende conventies en verdragen.

3) De bevordering van en waar nodig ondersteuning in de totstandkoming milieu wetgeving.

4) De verspreiding van relevante informatie over het milieu en het effect van het menselijk handelen daarop.

Samen met lokale en internationale wetenschappelijke instituten zal worden gewerkt aan het identificeren en bevorderen van onderzoek naar realistische, bedrijfseconomisch verantwoorde en milieuvriendelijke technologieën,die vooral in kleine en middelgrote bedrijven de kwaliteit van de factor arbeid verhogen.

Het Tripartiet Overleg, gevormd door de Overheid, de werknemers- en de werkgeversorganisaties is sinds mei 2002 weer operationeel. Dit Overleg zal bijdragen aan het geven van een gemeenschappelijke basis aan de keuzes van de sociale partners bij de bepaling van hun beleid op sociaal economisch gebied.

Samen met het Tripartiet Advies Orgaan, het Arbeidsadviescollege (AAC), zal er verder gewerkt worden aan de modernisering van de Arbeidswetgeving. De haalbaarheid van het vaststellen van een minimumloon voor bepaalde inkomens-categorieën wordt bestudeerd.

Ook de vernieuwing van de wetgeving op het gebied van het Coöperatiewezen ter stimulering van private initiatieven die kunnen leiden tot verhoging van de productie, staat op het programma.

Ook in het vlak van de ontwikkeling van arbeidsverhoudingen en van de kwaliteit van de arbeid, zal gewerkt worden aan de verbetering van de positie van de vrouw in het arbeidsproces door uitvoering te geven aan de actiepunten zoals opgenomen in het Gender Mainstreaming Plan.

Suriname zal verder inhoud geven aan haar lidmaatschap van de Internationale Organisaties zoals ILO, CINTERFOR, UNFCCC en UNEP.

Voor het adequaat uitvoeren van haar taken door de Arbeidsinspectie, die belast is met het toezicht op de naleving van de normen in de Arbeidswetgeving, is dringend nodig dat de wetgeving wordt aangepast. Een nieuwe veiligheidswet is reeds voorbereid, vooruitlopend op de integrale herziening van de Arbeids-wetgeving.

Onze arbeidsmarkt staat onder bijzondere druk van zowel nationale als internationale factoren. Deze druk kan, gegeven de huidige sociaal-economische ontwikkelingen, leiden tot het verlies van arbeidsplaatsen. Er zullen stappen worden ondernomen om samen met de sociale partners te komen tot de implementatie van maatregelen voor de korte termijn opvang van werknemers die hun arbeidsplaats zijn kwijtgeraakt. Gedacht wordt aan een solidariteitsfonds, met daarbij mogelijkheden voor her-, om- en bijscholing.

Een speciaal tripartiet orgaan genaamd de "Raad voor Werkgelegenheid", zal zich toeleggen op het doen van beleidsvoorstellen t.b.v. de ontwikkeling van werkgelegenheid.

Voor het beschikbaar stellen van recente informatie over arbeidsmarkt vraagstukken zal in samenwerking met de ILO en de United States Department of Labour (USDOL) overgegaan worden tot de ontwikkeling van een Arbeidsmarkt Informatie Systeem. De beschikbaarheid van deze informatie is een belangrijke factor bij het formuleren en evalueren van het Arbeids-marktbeleid.

Het onlangs met medewerking van het United States Department of Labour opgezette moderne Arbeidsbemiddelingsbureau, biedt de mogelijkheid,met name aan de werkzoekenden, om adekwaat in te spelen op de koppeling van de vraag naar en het aanbod van arbeidskrachten.

Rekening houdend met de nationale en internationale technologische en economische ontwikkelingen, zal intensief gewerkt worden aan het propageren van niet- traditionele beroepen.

De wet Werkvergunning Vreemdelingen is gewijzigd waarbij een legale heffing op de aanvraag van een werkvergunning is geïntroduceerd. Verder heeft een evaluatie van het werkvergunningenbeleid plaats gehad. De Afdeling Werkver-gunning Vreemdelingen zal worden versterkt, om ervoor te zorgen dat de afhandeling van werkvergunningsaanvragen op een effectievere wijze plaatsvindt.

Door middel van "loon surveys" zal de informatie worden verkregen op basis waarvan loonbeleid kan worden geformuleerd.



SOZA

In het belang van de bevordering van de sociale bescherming van de daarvoor in aanmerking komende individuele personen en groepen zullen de juridische kaders worden aangepast en waar nodig vernieuwd. In dit verband worden reeds de nodige wetgevingsproducten voorbereid, zoals:

* het Staatsbesluit "Sociale Dienstverlening" inzake het exploiteren van instellingen belast met sociale dienstverlening,

* Wet Kinderopvang,

* Wet Thuiszorg,

* Wet Jeugdhulpverlening,

* Wet Aanpassing AOV Wet, en

* Wet Aanpassing Algemene Kinder Bijslag regeling.

Daarnaast zal in belangrijke mate aandacht worden besteed aan verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening o.m. door vergroting van de effectiviteit, het opvoeren van de rechtmatigheid en de verbetering van de toegankelijkheid van voorzieningen.

Ten aanzien van de seniore burgers zal naast de bevordering van de dienstverlening door de Overheid en de particulieren, het welvaartsvast maken van de A.O.V.-uitkering worden voorbereid, zodat deze toezegging kan worden geëffectueerd zodra de middelen daarvoor beschikbaar zijn.

Intussen begint het onderwerp van de relatie tussen de groep van personen die de A.O.V.-premie betalen en de groep van rechthebbenden steeds meer aandacht te krijgen. Op het ogenblijk is het zo dat alleen degenen die geregistreerd staan als belastingbetaler in aanmerking komen voor de betaling van de A.O.V.-premie.



Het scheppen van condities en het voeren van promotie-activiteiten in het kader van het bieden van gelijke kansen voor personen met een handicap, wordt voortgezet.

Overleving, bescherming en ontwikkeling zijn de kernaspecten van het Kinder- en Jeugdbeleid. De implementatie van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind neemt hierbij een zeer belangrijke plaats in.

De reactivering van het Bureau Rechten van het Kind ondersteunt het beleid dat is gericht op het promoten van kinderrechten en het aanbieden van een aanspreekpunt voor zaken betreffende kinderen.

Met het oog op het terugdringen van ontwikkelingsbedreigende factoren bij kinderen, is een project in uitvoering inzake de distributie van schoolvoeding. Ook wordt in dit kader sedert het vorig schooljaar een éénmalige financiële bijdrage verstrekt aan minder draagkrachtige ouders en verzorgers, voor de aanschaf van schoolkleding en schoolbenodigdheden ten behoeve van leerlingen van het Kleuter-, Basis- en VOJ-onderwijs. Deze projecten worden in het dienstjaar 2003 gecontinueerd.

Voorts is een netwerk opgezet van dienstverlenende instanties die hulp bieden aan jeugdige slachtoffers van geweld.

Het algemeen maatschappelijk werk, gericht op de immateriële hulpverlening, en het maatschappelijk opbouwwerk voor het stimuleren, ondersteunen en uitvoeren van gemeenschapsactiviteiten, worden voortgezet.

Het huisvestingsbeleid is een integraal deel van het sociaal ontwikkelingsbeleid. Hierin nemen de armoedebestrijding en welvaartsontwikkeling een centrale plaats in. Goede huisvesting is een cruciale factor voor duurzame menselijke en gemeenschapsontwikkeling.

In verband hiermee zullen de inspanningen van de Regering zich blijven richten op:

* het nivelleren van de structurele achterstand in de bouw van woningen vanwege de overheid en vanwege andere initiatiefnemers op dit vlak;

* het behouden en conserveren van het bestaande woningbestand;

* het tegengaan van verkrotting en opruiming van krotten, en

* het ondersteunen van individuele initiatieven voor de bouw van een eigen woning.

Het huisvestingsbeleid richt zich zowel op de kansarme en kwetsbare maatschappelijke groepen als op de maatschappelijk sterkere groepen en individuen.

Voor personen met een handicap, jongeren waaronder studenten, en voor seniore burgers, zal op grond van de resultaten van een onderzoek naar de behoefte aan specifieke huisvesting, inpassing in het algemeen huisvestings-beleid worden doorgevoerd.

Gelet op de excessieve woningnood en de sociaal-economische problematiek richt de Regering zich in haar planning voor woningbouw op een meersporen-beleid bestaande uit:

* de afwikkeling van het Woningbouwprogramma 1997-2001;

* de afronding van het Woningbouwprogramma 2002 en voorbereiding uitvoering van het Woningbouwprogramma 2003, in welk kader tenminste 200 nieuwe woningen worden gebouwd;

* de verdere uitvoering van het Low-income Shelter Programma, in welk kader bestaande woningen worden gerenoveerd en/of uitgebreid en nieuwe woningen worden gebouwd, en

* de verdere voorbereiding van de uitvoering van woningbouwprogramma's door project-ontwikkelaars, programma's die nog geen aanvang hebben kunnen nemen vanwege het verloop van het proces van aandragen van de benodigde informatie, voor het verkrijgen van een garantiestelling zijdens de Centrale Bank van Suriname.



OV

Een Nationaal Educatief Plan zal het kader aangeven voor de educatieve hervormingen die noodzakelijk zijn voor ons land om te voldoen aan de eisen voor economische en sociale transformatie. Als strategisch plan zal het de ontwikkelingsrichting en de intenties aangeven voor ons onderwijs- en volksontwikkelingsbestel voor de komende 15 tot 20 jaren.

In het Plan is ruime aandacht besteed aan zowel de aanpassing van de huidige onderwijsdoelstellingen alsook aan de evaluatie en de bijstelling van de interne en de externe structuur van ons onderwijssysteem.

De Regering streeft naar een zo breed mogelijk draagvlak voor dit Plan.

In een stapsgewijze aanpak wordt gewerkt, eerst aan de formulering van het Leerplan voor het Basisonderwijs en de bijbehorende leerprogramma's per vak per leerjaar.

Daarna zal er in het komend jaar een aanvang worden gemaakt met het evalueren en opstellen van een Leerplan voor het Voortgezet Onderwijs Junioren en een voor het Voortgezet Onderwijs Senioren.

Na een quick scan in de sector Onderwijs, zijn er elf projecten geïdentificeerd, waarvan de implementatie in het komend jaar een aanvang kan nemen. Hieronder vallen projecten die zijn gericht op:

* institutionele versterking van de afdelingen belast met de kerntaken van het onderwijs;

* verbetering van het onderwijs in het binnenland middels op te zetten nucleuscentra;

* verbetering van de curricula voor de vakken in het Lager Onderwijs;

* training van schoolleiders, onder andere in management skills;

* verzelfstandiging van de scholen van het Voortgezet Onderwijs Senioren met betrekking tot enkele deeltaken in het vlak van de materiele voorzieningen, en

* inlopen van de achterstand in de bouw en renovatie van school-accommodaties.

In het voor ons liggend jaar zullen er initiatieven worden ontplooid gericht op de verbetering van het rendement van het onderwijs. In dit kader wordt er een pilot-project voorbereid, dat per 1 januari 2003 zal worden uitgevoerd op 15 basis-scholen. Dit project zal streven naar ombuiging van de attitude van zowel de leerkracht als de leerling naar werkvormen die voor de leerling stimulerend zijn ten aanzien van zaken als persoonlijk initiatief, zelfstandig denken en werken, sociale cohesie, creativiteit, samenwerking en democratie.

Ook zal worden gewerkt aan de verfijning van het leerlingvolgsysteem.

Voor een duurzame ontwikkeling en verbetering van het onderwijs is het van eminent belang dat de leerkracht, één der sleutelfiguren in het onderwijsleer-proces, een adequate opleiding krijgt. In dit verband zullen de bestaande opleidingen voor onderwijsgevenden, na overleg en consultatie, zowel inhoudelijk als structureel worden hervormd. Tevens wordt een mechanisme voor permanente her- en bijscholing van onderwijsgevenden opgezet.

Op bescheiden schaal is er in de afgelopen jaren een aanvang gemaakt met het introduceren van informatie- en communicatietechnologie op enkele scholen voor het Voortgezet Onderwijs Senioren. In het komend jaar zal deze trend worden voortgezet.

Tezamen met alle relevante actoren wordt het onderwijs in het binnenland krachtig aangepakt. In versneld tempo wordt gewerkt aan het inlopen van de achterstand in school accommodaties. Op verschillende locaties zijn er reeds scholen en dienstwoningen gebouwd of gerenoveerd. Voor het aantrekken van gekwalificeerde leerkrachten voor het binnenland, zijn er speciale initiatieven genomen.

Wederom is gestart met een cursus om lokale krachten op te leiden voor het verzorgen van onderwijs op basisscholen in het binnenland waar er een tekort is aan leerkrachten.

In dit verband wordt er tevens gewerkt aan het opzetten van een mechanisme voor vervolgstudies via afstandsonderwijs (distance learning).

In het komend jaar zal alvast een aanvang worden gemaakt met de bouw van twee nucleuscentra, één op Albina en één op Brokopondo Centrum.

Voor het komend schooljaar zijn er twee bouwprogramma's voorbereid:

* het Scholenbouwprogramma 2003-2004 en

* een renovatieprogramma waarin wederom een 20-tal scholen zullen worden gerenoveerd.

Daarnevens zal in oktober 2002 gestart worden met de vervanging van de asbestdakbedekking van ongeveer 41 scholen. In Suriname zijn er ongeveer 100 schoolgebouwen waarvan de dakbedekking van asbestmateriaal is.

Een Nationaal Accreditatiebureau zal zorgdragen voor het verlenen van een keurmerk van erkenning aan alle onderwijsinstituten en onderwijsprogramma's die daarmee intern en extern geëvalueerd zullen zijn.

Ook op het gebied van het hoger onderwijs zullen de nodige hervormingen worden doorgevoerd.

De opleidingen voor LO- en MO-akten zullen geleidelijk worden vervangen door opleidingen voor leraar VOJ en leraar VOS, met groter accent op de beroepsvorming waarbij de integratie tussen beroepsvorming en vakvorming duidelijker zichtbaar zal zijn.

De opleidingen van het IOL zullen ingepast worden in het internationaal in opmars zijnde bachelor/master gradenstelsel, waardoor internationale uitwis-seling en accreditatie worden vergemakkelijkt.

Het beleid van de Anton de Kom Universiteit van Suriname zal het komend jaar gericht zijn op de verbetering van het wetenschappelijk klimaat en versterking van de kwaliteitszorg.

In het collegejaar 2002-2003 zal een aanvang worden gemaakt met de invoering van nieuwe driejarige bachelorprogramma's op de Faculteit der Maatschappij-wetenschappen, met name voor de studierichtingen Sociologie, Economie, Public Administration en Agogische Wetenschappen en Onderwijskunde. Tegelijkertijd worden de doctorale opleidingen afgebouwd waarbij de nodige overgangsregelingen worden getroffen.

De studierichting Rechten treft thans de voorbereidingen om in het collegejaar 2003-2004 ook te kunnen starten met de omslag naar de nieuwe opzet. Daarmee zullen alle zes opleidingen van de Faculteit der Maatschappij Wetenschappen volgens het Bachelors/Masters model gestructureerd, zijn daar de studierichting Bedrijfskunde reeds volgens dit model werd opgezet.

Met deze nieuwe opzet heeft de Universiteit verdere invulling gegeven aan haar streven de onderwijsprogramma's af te stemmen op de regionale en interna-tionale ontwikkelingen.

De Universiteit en het IOL onderzoeken de mogelijkheid om binnen afzienbare tijd te geraken tot een hechtere vorm van samenwerking of tot volledige integratie. De laatstgenoemde optie zal tot gevolg hebben, dat er naast de drie bestaande faculteiten een vierde zal worden opgericht die zich voornamelijk zal richten op de opleiding van leraren voor het VOJ en het VOS. De nieuwe faculteit zal naast de opleiding van leerkrachten te zijner tijd ook de verantwoordelijkheid hebben voor de vorming van academisch opgeleide agogen en onderwijs-kundigen.

CULTURELE VORMING heeft bewezen een middel te zijn om het bewustzijn met betrekking de culturele erfenis te verdiepen en aldus bij te dragen tot verhoging van het nationaal bewustzijn. Daarom zal op alle niveaus van ons onderwijs, vorming met betrekking tot onze kunst en cultuur, in het curriculum worden opgenomen. Via de media, uitzending o.m. voor deelname aan festivals, zullen onze culturele waarden worden uitgedragen.

Het achtste Caribbean Festival of Arts (CARIFESTA-8), zal in augustus 2003 in ons land worden gehouden. De Nationale CARIFESTA-Commissie, onder voorzitterschap van de Minister van Onderwijs en Volksontwikkeling, is belast met de voorbereiding van dit Festival. Al het nodige zal gedaan worden om ons land op een waardige manier te kunnen presenteren.

Nu de historische binnenstad van Paramaribo op de UNESCO's World Heritage List is geplaatst en daarmee officieel de status van "werelderfgoed "heeft verkregen, is het van belang, deze status te beschermen en te consolideren. Reeds zijn in dit verband stappen ondernomen, waaronder de aanname en bekrachtiging van de Monumentenwet en de installatie van een bouwcommissie die bouwplannen in de historische binnenstad, moet beoordelen op hun harmonieuze inpassing in het totaal van onze historische binnenstad

SPORT is uitgegroeid tot een unieke inspiratiebron voor de samenleving en moet daarom bereikbaar gemaakt worden voor alle lagen van de gemeenschap. De maatschappelijke waarde van sport en de positieve effecten die zij heeft o.a. op de gezondheidstoestand van de burger, maken haar onmisbaar voor onze samenleving.

De beleidscontouren op het stuk van sport en lichamelijke opvoeding zullen zich richten op enerzijds een massale deelname van jongeren en ouderen, mannen en vrouwen, gehandicapten aan bewegingsactiviteiten en anderzijds het verder ontwikkelen van talenten voor topsport in het hele land, dus ook in de districten en het binnenland.

Om verzekerd te zijn van een zo groot mogelijke deelname van onze relatief jonge bevolking aan bewegingsactiviteiten, zal reeds op school de grondslag daarvoor worden gelegd.

Vanuit het JEUGDBELEID zal het buurtwerk met zijn preventieve, en resocialiserende functie worden voortgezet. Daarbij zal in het kader van de armoedebestrijding middels na- en buitenschoolse activiteiten specifieke aandacht worden besteed aan de schoolgaande en niet meer schoolgaande jeugd in de kansarme buurten, teneinde hen in de gelegenheid te stellen zich optimaal verder te ontplooien.

Het beleid is er op gericht om ouders zoveel mogelijk te betrekken bij het onderwijs en vormingsproces van hun kinderen, zowel in als buiten school verband. Hiertoe zal het in het leven roepen van ouderverenigingen verder worden gestimuleerd en specifieke trainingsprogramma's voor deze ouderver-enigingen worden geïnitieerd.

Middels voorlichtingsprogramma's via de media, op scholen en in buurtcentra zal de jeugd worden geïnformeerd over en bewust gemaakt worden van de heden-daagse, wrede bedreigingen die op haar af komen, zoals HIV/AIDS en drugs.

Daarnaast zal de training van kader voor de opvang en begeleiding van de jeugd ter hand worden genomen.

Ook zal extra aandacht worden besteed aan het actief betrekken van jongeren bij het beleid middels de Jeugd- en Jongerenraden c.q. het Nationaal Jongeren Instituut. Voorbereidingen zullen worden getroffen voor het op democratische wijze verkiezen van nieuwe leden voor dit instituut. Aan de CARICOM Jeugdambassadeurs zal waar nodig ondersteuning worden verleend ter bevor-dering van de integratie van de jeugd in onze regio.



VG

Het niveau van de gezondheidszorg is een afgeleide van de collectieve verantwoordelijkheid van alle daarbij betrokken partijen. De dienstverlener, de financier, de zorgverzekeraar, ook de zorgconsument, zij zijn allen medever-antwoordelijk voor de zorg.

De situatie in de gezondheidszorg en de sociaal-maatschappelijke ontwikke-lingen staan immers in permanente wisselwerking met elkaar.

De economische ontwikkeling in het land heeft evenals in andere sectoren, ook op de gezondheidszorg een zware wissel getrokken.

De dalende staatsinkomsten en de door externe factoren veroorzaakte kosten-stijgingen dwingen tot soberheid. Met de beschikbare financiële middelen is het nog gelukt om de gezondheidsinstellingen open te houden. Van verdere ontwikkeling kon in principe geen sprake zijn. Slechts minimale lasten konden worden voldaan.

Om de zorg tenminste nog op het huidig niveau in stand te houden, zal actieve participatie van de burger een niet te verwaarlozen factor zijn.

De vorig jaar aangekondigde studies "Support for Health Sector Reform" die moeten resulteren in het ontwikkelen van beleidshervormende maatregelen ter verbetering van de efficiëntie, de rechtvaardigheid en de kwaliteit van de gezondheidszorg zijn voor het grootste deel afgerond. Een goed beeld is verkregen over het functioneren van de zorg en met name zijn de zwakke plekken in de voorzieningen zichtbaar geworden.

De resultaten van eerder genoemde studies zullen kritisch worden bekeken. De commissie Health Sector Reform is reeds bezig met het opstellen van een concept actieplan ter implementatie van de aanbevelingen. Het streven is om in 2003 de eerste maatregelen te effectueren, n.l. het vastleggen van een basispakket van gezondheidszorg en de introductie van dit pakket in de zorgverlening. Binnen de primaire gezondheidszorg zal een heroriëntatie plaatsvinden van taken van de verschillende actoren.

In het vlak van de PREVENTIEVE GEZONDHEIDSZORG legt momenteel een groep deskundigen de laatste hand aan een projectvoorstel ter versterking en herstructurering van het Bureau Openbare Gezondheidszorg (BOG). Na herstructurering en versterking zal dit instituut beter in staat zijn, zijn taken in het kader van de preventieve gezondheidszorg, te vervullen.

Programma's gericht op het verhogen van de bewustwording bij de gehele bevolking, maar voornamelijk bij de jeugd, over het voorkomen en de behandeling van de belangrijkste doodsoorzaken in ons land, z.a. overgewicht, suikerziekte, hoge bloeddruk en hart en vaatziekten, zullen in verhoogde mate worden voortgezet in het komend jaar.

In samenwerking met de PAHO wordt de uitbreiding van het huidige vaccinatie programma voorbereid.

Met de uitvoering van het aangekondigde ziekenhuiszorgbeleid, is bereids een aanvang gemaakt. Besprekingen tussen zorgverzekeraars en dienstverleners moeten leiden tot het vaststellen van een wettelijk kader voor de tarieven en de introductie van het systeem van dagbehandeling en low-care bedden.

Een knelpunt bij de implementatie van het ziekenhuiszorgbeleid van de Overheid, vormt wel het feit dat de ziekenhuizen tot nu toe geen hoge prioriteit gegeven hebben aan de benodigde ombuiging van hun beleid naar kostenbeheersing, efficiënt gebruik van de secundaire zorg en versterking van de preventieve zorg.

De financiële ruimte om op de oude voet voort te gaan, wordt echter steeds kleiner.

De Regeling Laagfrequente Aandoeningen (RLA), die het mogelijk maakt om aandoeningen die in Suriname vooralsnog niet kunnen worden behandeld, in Nederland te doen plaatsvinden, zal worden afgebouwd. De verdragsmiddelen in het kader van de ontwikkelingssamenwerking Suriname-Nederland, die hiervoor zijn gealloceerd zullen omstreeks medio 2003 uitgeput zijn. Binnen de huidige financiële ruimte wordt ernaar gewerkt om de expertise en faciliteiten hier te lande zodanig te versterken dat een deel van de behandelingen in Suriname kan plaatsvinden. Een zorgpunt blijft evenwel de financiering van de behandeling.

De HIV/AIDS problematiek vormt een ernstige bedreiging voor onze bevolking, met name voor personen in de productieve en reproductieve fase van hun leven. Samen met NGO's, Overheidsdiensten en met medewerking van de UN organi-saties wordt getracht de opmars van deze aandoening een halt toe te roepen.

Anti-retro virale middelen zijn hierbij van enorm belang. Deze middelen onderdrukken de virusgroei en moeten langdurig gebruikt worden. Langs verschillende wegen wordt gewerkt aan het verkrijgen van deze middelen. Onder andere heeft de "AIDS-behandelgroep" een noodfonds gevormd om de aanschaf van de medicamenten betaalbaar te maken voor de belanghebbenden. Bij internationale en regionale instituten worden ook mogelijkheden gezocht ter verkrijging van de benodigde medicamenten.

Nationaal wordt een strategisch plan ontwikkeld, welke de richtlijn zal zijn voor de bestrijding van deze gesel en dodelijke aandoening. Een uitgevoerde analyse van de HIV/AIDS situatie in ons land zal als basis dienen voor dit strategisch plan. Inmiddels is een Coördinator voor het Nationaal SOA/HIV/AIDS programma aangetrokken.

Na de campagne ter terugdringing van de Malaria epidemie in belangrijke delen van ons binnenland, in de periode november 2001 t/m februari 2002, uitgevoerd door de Medische Zending en gefinancierd uit onze nationale begroting, is nu een interdepartementale commissie doende voorstellen voor een permanente follow-up hiervan uit te werken.

Intussen is er een intensieve samenwerking ontstaan met Brazilië op het gebied van Malaria onderzoek, terwijl een dergelijke samenwerking met onze Franse buren gepland is om van start te gaan in het laatste kwartaal van 2002. Een groep van nationale consultants is verder met medewerking van o.a. de PAHO bezig de laatste hand te leggen aan een financieringsvoorstel voor de aanpak van Malaria bij het WHO-Global Fund. Dit projectvoorstel moet de Malaria bestrijding in ons land voor de komende 5 jaren veiligstellen.

Om vele en de steeds ingewikkelder wordende problemen in ons milieu die de gezondheid van de mens schaden, het hoofd te bieden zal de up-grading van het huidig kennis niveau van het korps van milieu-inspecteurs ter hand worden genomen, terwijl ook de nodige aandacht zal worden besteed aan de aanpak van de verouderde wetgeving ter zake.

In het afgelopen jaar is veel aandacht besteed aan de ontwikkeling van een nationaal voedselveiligheid programma, het e.e.a. met participatie van de verschillende stake-holders. In dit kader zijn er reeds verschillende concept reglementen door een multidisciplinaire werkgroep ontwikkeld en kan binnenkort van start gegaan worden met de programmatische aanpak van voedselveiligheid in ons land. Door de FAO is inmiddels goedkeuring gehecht aan een projectvoorstel van Suriname dat tot doel heeft het voedselveiligheidsprogramma verder tot ontwikkeling te brengen.

Een gecoördineerde aanpak van de jeugd gezondheidszorg volgens de principes van het Early Childhood Development (ECD) programma zal met inbreng van gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties worden ontwikkeld. Reeds is hiertoe een nationale commissie Early Childhood Development ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van verschillende stakeholders.

Het borstvoedingsprogramma wordt momenteel aan een evaluatie onderworpen en zal hierna in een meer geïntegreerd programma worden gepresenteerd. Hiermee wordt getracht het rendement van dit programma te verhogen. Ook zullen programma's voor de jeugd, zoals controle en begeleiding van de 0-5 jarigen alsook de schooldienst, onverkort worden uitgevoerd.





OW

Voortgegaan zal worden met de systematische en integrale rehabilitatie van de fysieke infrastructuur, waarbij het accent zal worden gelegd op een duurzame en structurele aanpak.

* Van de ca. 270 km aan te rehabiliteren wegen in Paramaribo en districten door China Dalian International Coöperation (group) Holding Limited is per ultimo augustus 2002 reeds 170 km gerehabiliteerd, terwijl volgens planning per ultimo 2002 ca. 200 km. zal zijn voltooid.

* De resterende 70 km zal in 2003 worden gerealiseerd. Op programma staan dan o.m. de Indira Gandhiweg, en een tweetal wegen parallel lopende aan de Indira Gandhiweg t.w. ten westen de weg langs het Magenthakanaal en ten oosten de Sir. Winston Churchillweg.

* Hiermee zal een vlottere doorstroming van het verkeer ten zuiden van het Saramaccakanaal worden bereikt waarbij ook de Internationale Johan Adolf Pengel Luchthaven te Zanderij, beter en sneller bereikbaar wordt.

* Als follow - up op het landelijke wegenrehabilitatieplan (ca. 100 km.) en de rehabilitatie van 270 km. aan wegen in Paramaribo en districten zal in 2003 worden gestart met nog een 2- tal asfalteringsprojecten t.w.:

o de rehabilitatie van ca. 250 km. aan wegen in de woonwijken in Paramaribo en districten. In dit kader zullen de hoofdwegen in de woonwijken worden gerehabiliteerd en een aantal hoofd- en ontsluitingswegen in de districten, waardoor de bereikbaarheid t.b.v. het woon- en werkverkeer sterk zal worden verbeterd.

o de rehabilitatie van ca. 300 km. aan primaire wegen w.o. de wegstrekkingen Meerzorg - Albina, Lelydorp - Zanderij, Highway - Afobakka, Hamburg - Uitkijk en in Nickerie een 2- tal wegstrekkinggen t.w. Hazard - Paradise - Hamton Court - Oost - Westverbinding en de Vuurtorenweg - Gemaalweg - Karachiweg - Oost - Westverbinding.

* Middels financiering van de E.U. zal gestart worden met de fysieke uitvoering van de asfaltering van de South Drainweg (zgn. Noord - Zuidverbinding) die van groot belang is voor de veerverbinding met Guyana.

* Reguliere onderhoudswerkzaamheden aan de wegen zullen verder hun beslag krijgen terwijl ook aandacht zal worden besteed aan het herbestraten van enkele belangrijke wegen en aan de verbetering van de trottoirs en parkeerhavens in het centrum van Paramaribo.

Ter bevordering van een vlotte doorstroming van het verkeer en ter beperking van de filevorming zal een verkeerscirculatieplan worden voorbereid en in uitvoering worden genomen, zulks als een eerste fase om te geraken tot een masterplan voor wegen op landelijk niveau.

Met de operationalisering van de Wegenautoriteit wordt beoogd dat het onderhoud van de wegen programmatisch en efficiënt plaatsvindt. Mogelijkheden voor verhoging van de inkomsten ten behoeve van de Wegenautoriteit worden overwogen, teneinde deze autoriteit in staat te stellen haar wettelijk toebedeelde taken adequaat te kunnen uitvoeren. In dit kader zal het parkeren in het centrum van Paramaribo gecommercialiseerd worden.

Voor een vlottere doorstroming van het verkeer over het Saramaccakanaal is de bouw van een vierde brug over dit kanaal van essentieel belang. Deze brug is geprojecteerd ter plaatse van het Magenthakanaal.

Eveneens zal in uitvoering worden genomen de bouw van een brug over de Saramaccarivier tussen Uitkijk en Hamburg. Voorts zullen de ca. achttien houten bruggen over de Spoorsloot, het Magenthakanaal en in de Sir. Winston Churchillweg worden vervangen door betonnen constructies.

Op programma staat eveneens de bouw van een nieuwe betonnen brug over de Surinamerivier bij Carolina, verder de rehabilitatie van de Cotticabrug en de bouw van nieuwe bruggen te Moiwanna en Commetewane in de wegstrekking Meerzorg - Albina.

Het brugdek van de Henarbrug zal vervangen worden.

Er zal een aanvang worden gemaakt met de verbetering van de hoofdont-watering van het stelsel van de gesloten riolering in het centrum van Paramaribo.

Noodzakelijke renovatie-werkzaamheden aan diverse sluizen en gemalen in Paramaribo en sluizen in de districten Wanica, Saramacca, Coronie, Nickerie en Commewijne zullen worden uitgevoerd.

De ontwatering van de Sommelsdijckse kreek zal worden verbeterd waardoor wateroverlast van hierop aansluitende gebieden tot een minimum zal worden beperkt.

Een aanvang zal worden gemaakt met de voorbereidingen voor de aanleg van een ringdam, een ringkanaal en een ringweg in Paramaribo, aanvangende in Paramaribo Noord.

Na realisatie van deze voorzieningen zal het regelmatig optredend probleem van grote wateroverlast in Paramaribo Noord als gevolg van overlopend moeraswater worden teruggedrongen.

Een structurele aanpak van de kust- en rivieroeververdediging in de districten Coronie en Commewijne staat ook op het programma voor de komende periode.

In Coronie zal voor de strekking Totness - Moykanaal de studie en de besteks-fase worden uitgevoerd en er zal een aanvang worden gemaakt met de bouw van een duurzame zeewering. De waterkering in de overige noordelijke polders zal worden verbeterd.

Eveneens zal van start gaan de voorbereiding voor de rehabilitatie van oeververdedigingswerken aan de linkeroever van de Commewijnerivier en de rechteroever van de Surinamerivier. Aangezien deze voorbereiding ca. een jaar in beslag zal nemen, zal middels noodvoorzieningen de oeververdediging op diverse locaties in Commewijne worden gecontinueerd.

Ten behoeve van de oeververdediging aan de Waterkant te Paramaribo zullen voorzieningen worden getroffen voor een gefaseerde rehabilitatie, waarbij in de tweede helft van 2003 met de fysieke uitvoering zal worden gestart.

Totnogtoe zijn investeringen in de infrastructuur voornamelijk gepleegd in het kustgebied. Op grond van een van de nationale ontwikkelingsdoelen, namelijk vergroting van de economische weerbaarheid, verbetering van het leefklimaat en versterking van de sociale structuur en de algemene stabiliteit van het zuidelijk deel van Suriname, is heroriëntatie op dit punt geboden.

Tegen deze achtergrond moet de reconditionering van de 2e Oost-West ver-binding met de daarin voorkomende kunstwerken worden geplaatst en voorts de realisatie van een goede Noord-Zuidverbinding in midden Suriname, door de reconstructie van de Highway, verharding van de weg naar Afobakka en het doortrekken van de weg naar Pokigron tot in het Boven Suriname gebied.

Bovendien confronteert de concentratie op het kustgebied ons met het steeds meer onttrekken van de vruchtbare kuststrook aan de verdere ontwikkeling van de agrarische sector. Bovendien ontsnapt Suriname niet aan de gevolgen van de stijging van de zeespiegel als gevolg van de klimaatsverandering die zich wereldwijd aan het voltrekken is en zich in de komende decennia voortzetten zal.

In het kader van de integratie van de Amerika's wordt een studie gemaakt van de mogelijkheid tot het doortrekken van de Noord-Zuid wegverbinding tot naar Brazilie en wel via Santarem.

Teneinde te geraken tot een meer planmatige stadsontwikkeling, een beter stedelijke beheer en een goede ruimtelijke ordening binnen onze woongebieden zal met voortvarendheid worden gewerkt aan de opstelling van structuur- en bestemmingsplannen.

In dit kader zullen ook de regelgeving en de normen voor verkavelingen worden aangepast en de controle op een richtige uitvoering van deze verkavelingen worden opgevoerd.

Het ontwerp voor de wet- en regelgeving op het gebied van vuilinzameling en vuilverwerking zal worden afgerond waarna de fase van bedrijfsmatige aanpak van de betreffende dienst zal volgen.

Bijzondere aandacht zal worden besteed aan de bevordering van een harmonische bebouwing in de binnenstad van Paramaribo, zulks mede met het oog op de plaatsing van Paramaribo op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

De controle op een richtige naleving van de voorschriften in de bouwvergunning zal worden opgevoerd terwijl ook aandacht zal worden besteed aan de aanpassing van de betrokken regelgeving teneinde effectiever te kunnen optreden.



TCT

Het luchtvaartverdrag met het Koninkrijk der Nederlanden is aan een evaluatie onderworpen tijdens het overleg in Oktober 2001. Uit dat overleg is een concept verdrag voortgevloeid. De besprekingen zijn inmiddels hervat. Zij stuiten evenwel op het tempo en de condities bij de oplossing van het monopolie-vraagstuk op de Mid-Atlantische route.

Op het stuk van charters is er ook nog geen wijziging opgetreden, vanwege het feit dat de aanvragers nog geen invulling kunnen geven aan de gestelde voorwaarden.

De "open skies" politiek op de Caribische routes heeft reeds zijn vruchten afgeworpen, gezien het feit dat wij binnen korte tijd meerdere vliegmaat-schappijen hebben mogen verwelkomen.

De juridische status van CASAS, de Surinaamse Burgerluchtvaartautoriteit, is met de aanname van de Burgerluchtvaartwet geregeld. Er wordt nu gewerkt aan het operationeel maken van dit orgaan.

Na de ingebruikname van een moderne bagage transportband op de Johan Adolof Pengel Luchthaven, wordt nu de bouw voorbereid van een nieuwe vertrekhal. Verwacht wordt dat de eerste steenlegging plaats vindt in het eerste kwartaal van 2003. Het proces van verzelfstandiging van de Luchtvaartdienst is ingezet.

Het nautisch operationeel beheersplan ter optimalisering van de veiligheid van het maritiem transport, is reeds geformuleerd. De financiering die nodig is voor de uitvoering van dit plan moet nog worden geregeld.

Uit het rationalisatie-rapport van de Scheepvaart Maatschappij Suriname zijn reeds enkele projecten gerealiseerd. Hiermee zijn de eerste stappen gezet naar de gezondmaking van het bedrijf.

Met betrekking tot de rehabilitatie van de Haven van Paramaribo is een haalbaarheidstudie afgerond, welke de ondersteuning geniet van de sector. Ter bevordering van public/private partnership zal vóór 31 december 2002 een Havenraad worden ingesteld om de uitvoering van het project te monitoren en om te adviseren m.b.t. het havenbeleid.

In het plan voor het IIRSA project, dat de integratie van Zuid-Amerika beoogt, is Suriname opgenomen als schakel in de noordelijke as van infrastructurele voorzieningen. Hierbij moet worden gedacht aan havens, luchthavens, wegen en telecommunicatiefaciliteiten.

Telesur heeft nieuwe dienstencentra geopend te Tamanredjo, Saramacca, Paramaribo-Zuid (Zonnebloemstraat) en Latour. In het Binnenland zullen de achttien reeds bestaande telecenters worden uitgebreid. Het proces van decentralisatie van de telecommunicatie voorzieningen zal verder worden voortgezet, in stad district en binnenland.

Het met IDB fondsen gefinancierde project "Modernization of the Telecommunication sector" heeft aanbevelingen opgeleverd op basis waarvan de telecommunicatie sector verder ontwikkeld kan worden.

De grondslag voor de stapsgewijze liberalisatie van de Surinaamse telecommunicatie sector zal worden geregeld in de Wet Telecommunicatie-voorzieningen. Deze wet is in concept gereed voor indiening bij De Nationale Assemblee.

In deze concept-wet zijn tevens voorzieningen opgenomen voor de wettelijke basis van de in het leven te roepen Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS).

De Wet Omzetting Telesur, die dit bedrijf moet omzetten in een pure telecommunicatie operator, is in voorbereiding. Tegelijk is reeds een proces op gang voor de aanwijzing van additionele operators, die samen met Telesur de dienstverlening van de gehele bevolking in alle delen van ons grondgebied op zich zullen nemen.

Een aanvang is gemaakt met het leveren van de GSM service, die thans in de testfase verkeert.

Naast de verstrekking van een radiovergunning aan een stichting in het Tapanahony-gebied, is ook een aanvraag van een stichting uit het Boven-Suriname gebied goedgekeurd.

Instelling van de Omroepraad zal moeten leiden tot regulering van de omroep. Dit orgaan zal optreden tegen overtreders van de vergunningsvoorwaarden en de algemeen aanvaarde normen en waarden in de samenleving.

Reeds heeft een voorbereidende meeting plaatsgehad tussen de "frequentie spectrum" beheerders van Suriname en Guyana. Dit in het kader om te komen tot noodzakelijke afspraken omtrent het gebruik van het spectrum in de grens-gebieden.

De verwachtingen voor verhoging van de inkomsten uit de toerisme industrie kregen een grote tegenslag te verwerken door de terroristische aanslag op 11 september 2001 in de Verenigde Staten van Amerika. Alhoewel de USA niet de primaire markt is van onze toerisme sector, waren de effecten van de aanslag ook hier voelbaar. Een voorzichtige analyse leert, dat er toch sprake is geweest van een opleving in de sector.

Met financiering van de Europese Unie is in ons Land een aanvang gemaakt met het Tweede Integraal Toerisme Ontwikkelings Programma. Dit programma zal aandacht besteden aan institutionele versterking en ontwikkeling van het toeristisch product en van het menselijk potentieel daarvoor.

Ook zal in Caribisch verband een programma worden uitgevoerd dat zich concentreert op het bewustzijn van het publiek en van de private sector en op marketing en promotion.

In het kader van het wegwerken van de bottlenecks voor de groei van het toerisme mogen worden genoemd de opname van Suriname in het vliegschema van drie regionale luchtvaartmaatschappijen en de ingezette vereenvoudiging van de procedures voor de verstrekking van visa en de registratie na aankomst in Suriname.



FIN

Een beschouwing van de kern indicatoren in 2002 levert het volgende beeld op:

* de lopende ontvangsten blijven achter bij de verwachtingen;

* de uitgaven zijn aanzienlijk toegenomen, en

* de ontvangsten uit hoofde van donorhulp zijn beneden de raming gebleven.

Voor het dienstjaar 2002 maken subsidie en de uitvoering van rechterlijke vonnissen een belangrijk deel uit van de uitgaven. Bovendien leggen de nabetalingen uit hoofde van aangegane verplichtingen uit vorige perioden (afgesloten dienstjaren) een extra druk op het uitgavenniveau. Voorgaande factoren in aanmerking nemende, is het verklaarbaar dat er vrijwel continu sprake is van liquiditeitstekorten.

De financiering van deze tekorten op de Gewone Dienst gaat ten koste van de productieve bestedingen, waardoor er dus minder ontwikkeling plaatsvindt.

Ook in het begrotingsjaar 2003 is het derhalve van eminent belang dat de budgettaire discipline in acht wordt genomen, zodat een tekort op de begroting dat vanwege verschillende omstandigheden kan worden gerechtvaardigd, binnen de perken gehouden wordt.

De aflossingen in het kader van de Staatsschuld nemen, met de groei van de Staatsschuld, in omvang toe, waardoor de druk op de begroting eveneens toeneemt en zodoende noodzakelijke overheidsdiensten de hun toekomende financiering moeten ontberen.

Rekeninghoudende met het vorengaande is het geboden dat er een zodanig beleid wordt gevoerd dat, naast de uitgaven beperkende maatregelen, het accent wordt gelegd op inkomstenverhoging, teneinde de verschillende sectoren de mogelijkheid te bieden om op het gewenste niveau en met de nodige dynamiek te kunnen opereren.

Enkele inkomstenverhogende maatregelen zijn in een afrondende fase. De tariefswijziging van de omzetbelasting en de premie-verhoging voor de AOV zijn reeds ter behandeling aan DNA aangeboden; verhoging van de loterijbelasting en de invoering van een casinobelasting zullen op korte termijn aan DNA worden aangeboden.

Een programma van commercialisering en privatisering van daarvoor in aanmerking komende staatsbedrijven, zal het Overheidsbudget in toenemende mate van een zware financiële last bevrijden en aldus een bijdrage leveren voor het doorvoeren van een succesvol economisch hervormingsprogramma.



De enigszins versnelde groei van de geldhoeveelheid heeft ongewenste inflatoire tendensen met zich meegebracht. Door middel van de kasreserveregeling en vooral de recente aanscherping daarvan, is getracht die inflatoire tendensen in te dammen. Hierdoor kon helaas de verlaging van het rentepeil, welke zich reeds had ingezet, niet worden gecontinueerd. De inflatie volgens de consumenten-prijsindex van het Algemeen Bureau voor de Statistiek bedraagt over de eerste acht maanden van dit jaar al 21,7 procent.

Structurele en acute liquiditeitstekorten hebben genoopt tot een beroep op de binnenlandse geld- en kapitaalmarkt ter gedeeltelijke voorziening in de maande-lijkse behoeften van de Staat.

In het kader van het beleid op het stuk van de liberalisatie van het deviezenbezit en het deviezenverkeer is er in recente jaren reeds grote vooruitgang geboekt. Import- en exportrestricties zijn afgeschaft, evenals ook invoer- en uitvoerver-gunningen, uitgezonderd een zogenaamde negatieve lijst van goederen die nog onder invoervergunningen vallen.

Aan ingezetenen is toegestaan deviezen te bezitten, daarmee transacties te verrichten en vreemde valutarekeningen aan te houden bij de deviezenbanken in Suriname en bij banken in het buitenland. Wisselkantoren (casas de cambio) zijn van een bedrijfsvergunning en een "verklaring van geen bezwaar" voorzien, om als erkende instellingen te worden toegelaten tot de valutamarkt. De deviezen-banken hebben de ruimte gekregen om beleggingen en kredietuitzettingen te plegen met de aangetrokken valutamiddelen.

Onlangs is ook de deviezenafdrachtplicht van exporteurs opgeheven, uitge-zonderd voor exporten van de minerale sector. Met dit alles is het proces van liberalisatie, voor wat de lopende rekening van de betalingsbalans betreft, welhaast voltooid. Het beleid van de Regering is erop gericht de liberalisatie in het deviezenverkeer een wettelijke basis te geven.

Aan de totstandkoming van een nieuwe deviezenwet, ingebed in een geliberaliseerd financieel-economisch milieu, wordt gewerkt.

Intussen zal een inventarisatie en evaluatie van de getroffen maatregelen en hun effecten plaatsvinden. De Regering werd bijvoorbeeld onlangs verrast met de mededeling, dat twee of meer cambio's beschikken over een vergunning om geld over te maken naar het buitenland.

Ten aanzien van de wisselkoersen is de koersvorming onder aldus gelibera--liseerde omstandigheden in hoge mate afhankelijk van de correcte werking van het mechanisme van vraag en aanbod op een geordende valutamarkt. Na langer dan een jaar een betrekkelijke stabiliteit te hebben ervaren, is de wisselkoers van de Surinaamse gulden in de afgelopen maanden weer aanmerkelijk onder druk komen te liggen.

Op onze binnenlandse valutamarkt is gebleken dat het mechanisme van vraag en aanbod niet naar behoren functioneert en dat orde en regelmaat nog tekort schieten op deze markt.

Vastgesteld moet worden dat er nauwelijks regels zijn waaraan de instellingen van de valutamarkt zich bij hun activiteiten in de markt hebben te houden. Dit is een ernstig gemis, een lacune waarin voorzien dient te worden.

Daar de nationale munteenheid voor elk land van zo strategisch en eminent belang is voor de economische en sociale ontwikkeling, kan de totstand-koming van de wisselkoers van de munt niet aan het feilen van een inadequaat functionerende valutamarkt worden overgelaten.

Het beleid van de Regering is erop gericht om binnen het kader van wetgeving instrumenten aan te geven om het vraagstuk van de stabilisering van de wisselkoers tot een meer duurzame oplossing te brengen. De Regering neemt zich voor hiertoe een wijziging van de Bankwet voor te stellen waarin ook strafbepalingen zullen zijn opgenomen als sanctie op maatregelen die het naar behoren functioneren van de valutamarkt moeten bevorderen.

In het concept voor de nieuwe Bankwet, zullen ook strafmaatregelen worden voorgesteld tegen:

* het onbevoegdenlijk overschrijden van het wettelijk toegestane maximum bij het verstrekken van voorschotten aan de Staat, en

* het vervreemden of bezwaren van de goud- of deviezenreserve van de Bank, indien daardoor niet meer wordt voldaan aan het wettelijk voorgeschreven dekkingspercentage voor de bankbiljetten in circulatie en de dadelijk opeisbare verplichtingen van de Bank.

Onze nationale munt- en rekeneenheid met de hoedanigheid van wettig betaalmiddel, de gulden, staat al sedert jaren onder een niet aflatende druk welke tot veelvuldige waardedalingen heeft geleid. Een nieuw élan zal worden verschaft aan onze gulden, door haar op te waarderen met een vaste factor. Ten aanzien van deze materie zal in het nieuwe zittingsjaar een ontwerpwet tot reorganisatie van ons geldstelsel bij De Nationale Assemblee worden ingediend.

De concepten van de ontwerpwetten op het stuk van Toezicht Kredietwezen, Assurantiemaatschappijen, Pensioenfondsen verkeren in de fase van afronding. Verwachtbaar is dat deze ontwerpwetten in de loop van het nieuwe zittingsjaar De Nationale Assemblee zullen bereiken.

Met het formuleren van een operationaliseerbaar advies ten aanzien van de eventuele samenvoeging (fusie) van de banken onder beheer van de Staat is thans een consultant in samenwerking met de Centrale Bank belast.

Met betrekking tot de Staatsschuld is er in het afgelopen zittingsjaar een nieuwe Wet op de Staatsschuld in werking getreden. De omvang van de totale Staatsschuld per 30 april 2002 bedroeg Sf 1.104,7 miljard en was daarmee met Sf 29,9 miljard gedaald vergeleken met 15 november 2000. Bij Staatsbesluit zal de grootte van de Staatsschuld per 30 april 2002 nog formeel worden vastgelegd. Daarna zal telkens na het verstrijken van een kwartaal de publicatie van de Staatsschuld conform de Wet op de Staatsschuld plaatsvinden ter voldoening aan de door de Regering voorgestane transparantie van het beleid.

Tussen de Staat en de Centrale Bank van Suriname is in de maand juli 2002 een langlopende lening van Sf 163,8 miljard gesloten ter centralisatie en consolidatie van opeisbare kortlopende verplichtingen, voortgekomen uit diverse door de Staat bij de Bank en bij andere algemene banken in Suriname opgenomen ongedocumenteerde en gedocumenteerde voorschotten in blanco, gedurende de periode 1997 tot en met 13 augustus 2000, alsmede verplichtingen wegens uit diezelfde periode ingehouden maar niet afgedragen pensioenpremies van ambtenaren en niet betaalde pensioen-bijdrage van de Staat aan het Pensioenfonds Suriname.

De lening heeft mede gestrekt tot voldoening van een na 13 augustus 2000 aan N.V. Surland onder mede-aansprakelijkheid van de Staat verstrekte kortlopende kredietfaciliteit door een plaatselijke commerciële bank, alsmede tot voldoening van de door de Centrale Bank gegarandeerde en betaalde kosten voor de terugreis van gestrande ITA-passagiers van Nederland naar Suriname, vice versa, en voorts voor de voldoening van de eerste termijn van rente en aflossing op de lening van de Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden N.V.

De taken vervat in de onlangs in DNA aangenomen wetgeving inzake het tegengaan van "money laundering", zullen krachtig ter hand worden genomen. Reeds zijn de wisselkantoren geïnstrueerd om conform het "know your customer" principe de verplichting na te leven onder de nieuwe wetgeving om zich te vergewissen van de identiteit van hun klanten en een volledige registratie van hun transacties bij te houden.



Als gevolg van vakbondsacties bij de Directe Belastingen is er een achterstand ontstaan in de heffing, inning en controle van belastingmiddelen.

Middels projectmatige aanpak zal er een inhaalslag gepleegd worden teneinde deze achterstand in te lopen.

De aanpak van de informele sector is reeds op gang gekomen in Paramaribo en omgeving en zal uitgebreid worden naar de overige districten.

Aanscherping van de Belastingwetgeving zal ter hand genomen worden. Hierbij kan gedacht worden aan het opleggen van zware sancties bij niet nakoming aan de fiscale verplichtingen tot het doen van aangifte en betalingen.

Na aanpassing van de relevante wetgeving zal er een Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst worden ingesteld met verregaande bevoegdheden. Opleidingen bij zowel de Directe als de Indirecte Belastingen zullen ertoe bijdragen dat de efficiency en de effectiviteit van de dienst vergroot worden.

Bij de douane zal het fenomeen onderfacturering bij de berekening van de accijnzen worden bestreden door wijziging van de grondslag van heffing. Als heffingsgrondslag zal niet meer de factuurprijs worden gehanteerd, doch het volume c.q. de sterkte bij met name alcoholhoudende dranken.

Na een douane-overeenkomst met de Fransen wordt er nu gewerkt aan een met de Republiek Guyana.

Mede in verband met de drugsbestrijding is er een informatie uitwisselings-verdrag met het Koninkrijk der Nederlanden in voorbereiding.

Het fiscaal beleid zal zich in de komende periode richten op de volgende doelstellingen:

  1. Indexering van de belastingschulden.
     

  2. Verdere harmonisering van de fiscale wetgeving met de regio.
     

  3. Bestrijding van de illegale invoer, uitvoer en doorvoer van goederen.
     

  4. Aanpassing c.q. vernieuwing van de fiscale wetten.
     

  5. Een verdere verhoging van de effectiviteit en efficiëntie zowel bij de heffing, inning als controle.
     

  6. De verbetering van het aangifte- en het betalingsgedrag van de belastingplichtige.
     

  7. Toepassing van een "overbruggingsheffing" op de hogere inkomensgroepen bij de inkomstenbelasting over het jaar 2003.

De Ontwerp-Begroting 2003

De totale uitgaven van het dienstjaar 2003 zijn begroot op Sf. 1,187.3 miljard, terwijl de totale ontvangsten Sf. 1,041.6 miljard bedragen, dit resulteert in een tekort van Sf. 145.6 miljard.

Uitgaande van een geschatte BBP van Sf. 1800 miljard voor 2003, betekent dit een tekort van 8%.

De ontwikkeling van de Overheidsuitgaven

De totale Overheidsuitgaven worden voor het dienstjaar 2003 geraamd op circa Sf. 1,187.3 miljard (Sf. 256.4 miljard hoger dan dat van de begroting 2002).

De toename is geconcentreerd op de Gewone Dienst met Sf. 216.7 miljard (29.3%). De Buitengewone Dienst welke geraamd is op Sf. 108.1 miljard, vertoont een afname van 8% ten opzichte van 2002 en de raming van de Ontwikkelingsdienst neemt toe met Sf. 48.8 miljard (66%).

De toename van de raming op de lopende uitgaven ten opzichte van 2002 wordt namelijk veroorzaakt door de toename in de totale personeelskosten als gevolg van de salarisaanpassingen van de ambtenaren, de verhoging van de AOV-uitkering en uiteraard de doorwerking van de koersaanpassing van Sf. 2200 naar Sf. 2540 voor 1 US dollar op met name de aflossingen en rentebetalingen alsmede de uitgaven in het kader van de activiteiten van de ambassadeposten.

Uitgaven categorieën

Teneinde inzicht te verschaffen in de structuur van de Overheidsuitgaven wordt een beeld gegeven van deze uitgaven, onderscheiden naar de belangrijkste kostencategorieën voor de dienstjaren 2002 en 2003.

De personeelskosten nemen toe met 65% t.o.v. 2002, de Overheidsbijdrage met 64%. De subsidies en bijdragen nemen toe met 28%, terwijl de interestbetalingen en schuldaflossingen toenemen met 18%.

De Gewone Dienst

De uitgaven op de Gewone Dienst voor het dienstjaar 2003 worden voornamelijk aangewend voor de personeelskosten, daarnaast andere verplichtingen, zoals aflossingen en rentebetalingen, Algemene Ouderdagsvoorziening (AOV), betalingen uit hoofde van gerechtelijke vonnissen en andere operationele uitgaven.

Voor wat betreft de uitgavenmutaties op de Gewone Dienst in 2003 ten opzichte van 2002 kan worden vastgesteld dat de belangrijkste afwijkingen zich voordoen bij de volgende departementen:

* Financien, met een toename van Sf. 28.8 miljard (14%);

* Sociale Zaken, met een toename van Sf. 26.2 miljard (25%), en

* Onderwijs, met een toename van Sf. 72.4 miljard (66%).

De toename van de raming van de lopende uitgaven ten opzichte van de begroting 2002 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de stijging van de personeelskosten, de verhoging van de AOV-uitkering, de toegenomen gerechtelijke vonnissen, de aflossingen en rentebetalingen van leningen en de autonome stijging van de goederen en diensten als gevolg van de koersaanpassing.

In het begrotingsjaar 2003 maakt het Ministerie van Financien 24% uit van de totale Gewone Dienst (als gevolg van de hoge schuldaflossingen en rente-betalingen van zowel binnenlandse als buitenlandse leningen en gerechtelijke vonnissen).

Ten tweede is Onderwijs met 19% gevolgd door Sociale Zaken met 14% aandeel in de begroting op de Gewone Dienst.

Buitengewone Dienst

De Buitengewone Dienst is een weerspiegeling van het beleid van de ministeries op het investeringsvlak. Ten opzichte van 2002 is deze dienst echter afgenomen met Sf. 9.1. miljard (8%).

De Ontwikkelingsdienst

De opgenomen bedragen op de Ontwikkelingsdienst in het dienstjaar 2003 zijn voor een groot deel de verwachte middelen uit de Startfonds, welke in 2003 als onderdeel van de Nederlandse Hulp Allocatie aan Suriname ter beschikking wordt gesteld. Voor wat betreft Financiën is het begroot bedrag van Sf. 21.8 miljard afkomstig van het Financiën project gefinancierd uit de NHAS-middelen.



De ontwikkeling van de Overheidsontvangsten

Het totaal van de raming van de middelen ter dekking van de uitgaven op de begroting bedraagt in het dienstjaar 2003 Sf. 1,041.6 miljard of 18% meer dan de begroting over 2002.

De Gewone Dienst

De Gewone Dienst van de middelen raming bedraagt voor het dienstjaar 2003 totaal Sf. 923.7 miljard hetgeen een toename betekent van Sf. 106.5 miljard of 13% waarvan de directe belastingen Sf. 356.5 miljard, de indirecte belastingen Sf. 466.5 miljard en de niet-belasting middelen Sf. 100.7 miljard.



Belastingen

Over het dienstjaar 2003 zijn de totale belastinginkomsten Sf. 126.7 miljard meer geraamd dan in 2002. Deze toename is voor het grootste deel toe te schrijven aan de toename bij de indirecte belastingen met Sf. 98.5 miljard, terwijl de directe belastingen toenemen met Sf. 28.2 miljard.

De totale raming van de belastingen bedragen 89.1% van de geraamde middelen op de Gewone Dienst (t.o.v. 2002: 85.2%)

Het aandeel van de directe belastingen bedraagt Sf. 356.5 miljard (38.6%) en van de indirecte belastingen Sf. 466.5 miljard (50.5%). De raming voor het totaal der niet-belasting middelen bedraagt voor 2003 SF. 100.7 miljard; dit is 10.9% van het totaal der geraamde middelen op de Gewone Dienst.

De Buitengewone Dienst

De ramingen voor de ontvangsten op de Buitengewone Dienst voor het dienstjaar 2003 zijn allen pro-memorie opgebracht.

De Ontwikkelingsdienst

Op de Ontwikkelingsdienst wordt financieringsmiddelen uit de verschillende ontwikkelingsfondsen geadministreerd. De raming voor 2003 vertoont ten opzichte van die van 2002 een toename van Sf. 53 miljard (81%).

De verwachte middelen uit de Nederlandse Hulp Allocatie aan Suriname bedragen ca. Sf. 67 miljard, terwijl uit de Europees Ontwikkelingsfonds een schenking van ca. Sf. 18 miljard wordt verwacht en vanuit China ca. Sf. 24 miljard.

Daarnaast wordt verwacht dat vanuit de Inter-Amerikaans Ontwikkelingsbank (IDB), de PAHO en de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) respectievelijk Sf. 17.6 miljard, Sf. 564 miljoen en Sf. 1.1 miljard aan donorgelden ontvangen zal worden.



Meneer de Voorzitter,

Leden van De Nationale Assemblee,

Aan het einde van deze Jaarrede, wens ik nog het volgende onder Uw aandacht te brengen.

Volgens afspraak zijn in de Ontwerpbegrotingen 2003 onder de Gewone Dienst, de bedragen voor de personeelsuitgaven verhoogd tot het niveau dat voortvloeit uit de overeenkomst met de ambtenaren vakorganisatie, terwijl de overige uitgaven gehouden zijn op het niveau van het begrotingsjaar 2002.

Aan de inkomstenzijde is besloten, niet te berusten in de lage realisatiecijfers als gevolg van de non performance op de Belastingdienst. De Regering is vastbesloten te werken naar verbetering van het niveau van de belasting-inkomsten en wel door middel van:

* overleg met de belastingambtenaren;

* stimuleren van de belastingplichtigen om te voldoen aan hun betalingsplicht;

* nieuwe inningsstrategieën, en

* sancties.



De Regering draagt de overtuiging dat ons Land, bij een effectieve inning van de belastingen, in staat is haar verplichtingen na te komen en zijn ontwikkeling voor een belangrijk deel uit eigen middelen te financieren.

De belastingverhogingen die nu aan de orde zijn gesteld, hebben niet te maken met het uitgavenbeleid van deze Regering.

De verhoging van de omzetbelasting vloeit voort uit de verlaging van de invoerrechten die in het vooruitzicht is gesteld. De verhoging had per 1 januari 2002 in moeten gaan. De verlate invoering van de verhoging van de omzetbelasting, heeft konsekwenties voor het moment van doorvoering van aangekondigde verlaging van de invoerrechten.

Ten aanzien van slechts een der voorstellen voor belastingverhoging is er sprake van een beroep op een deel van de bevolking, namelijk het deel dat valt in de hogere inkomenscategorieën.

En het gaat dan om een toeslag op de belasting, vergelijkbaar met de eertijds toegepaste "solidariteitsheffing", nu genoemd "overbruggingsheffing", die is bedoeld om het jaar te helpen overbruggen, gedurende welk de bauxiet-inkomsten nog niet in hun volle omvang ter beschikking zijn van de Regering.

De Regering blijft waarde hechten aan de positieve reacties op de Regeringsverklaring 2000 - 2005. De Regering vraagt aan het Volk van Suriname dat het zijn deel invult van dat wat nodig is om het programma vervat in die Regeringsverklaring, te realiseren.

De Regering en het Volk van Suriname zijn in staat, samen het hun gegeven Land op te bouwen.

De Almachtige heeft ons al wat daarvoor nodig is meegegeven!
 

© Copyright Kabinet van de President