Algemeen


Regeringsverklaring 2000-2005

Hieronder treft u de Regeringsverklaring zoals door de President van de Republiek Suriname, z.e. Runaldo Ronald Venetiaan gepresenteerd aan de Nationale Assemblee op 15 nov. 2000.

Bent u geïnteresseerd in specifieke onderdelen van de Regerings Verklaring selecteer hier of download Word versie:

Regeringsverklaring 2000-2005

Voorzitter,
Leden van De Nationale Assemblee,

Staat U mij toe, mij via U te richten tot het Volk van Suriname,

Met de uitslag van de verkiezingen, gehouden op 25 mei 2000, heeft het Surinaamse Volk gekozen voor een Regering, gevormd door de politieke combinatie Nieuw Front voor Democratie en Ontwikkeling, waarin participeren de Nationale Partij Suriname, de Vooruitstrevende Hervormingspartij, de Surinaamse Partij van de Arbeid en de Pertjajah Luhur. Het Nieuw Front behaalde 33 van de 51 zetels in De Nationale Assemblee.

Op basis van deze uitslag is de Regering samengesteld, nadat de verkiezing van een President en een Vice-President in Uw College had plaatsgevonden.

In deze regeringsverklaring wordt het beleid voor de komende vijf jaar uiteengezet.

Uitgangspunten, doelstellingen en prioriteiten van het te voeren beleid zijn gebaseerd op het verkiezingsprogramma van de partijcombinatie, waaruit de Regering is voortgekomen. Met de inzichten, die naar voren zijn gebracht tijdens mijn consultatieronde in verband met de voorbereiding van het regeringsbeleid is tevens rekening gehouden.

Voorzitter,

De situatie aan de Staat, zoals die zich aan deze Regering bij haar aantreden presenteerde was geenszins bemoedigend. Maar de Regering ziet het als haar bijzondere opdracht om Suriname weer op het spoor te brengen van herstel, groei en ontwikkeling.

Bij deze Regering geniet het garanderen van de beginselen van de democratische rechtsstaat zeer hoge prioriteit. Basisuitgangspunten hierbij zijn

hervorming, modernisering en versterking van de instituten van de Trias Politica en invulling geven aan de principes van Good Governance.

De Regering zal het Volk voorgaan in het op orde stellen van onze financieel-economische situatie.

Het beleid zal zich concentreren op:

  • het opheffen van factoren die belemmerend werken op het functioneren van de economische mechanismen;

  • het creëren van omstandigheden die economische groei bevorderen, en

  • het stimuleren van directe investeringen in sectoren, die qua potentie, ons op korte termijn de revenuen opleveren die nodig zijn voor de inrichting van een leefbare samenleving waarin welvaart en welzijn voor elk individu bereikbaar zijn.

Voor wat betreft het opheffen van factoren die belemmerend werken op het functioneren van economische mechanismen en het creëren van omstandigheden die economische groei bevorderen, zullen de inspanningen van de Regering gericht zijn op het scheppen van evenwichtige verhoudingen in de staathuishouding, stabiele wisselkoersen voor vreemde valuta en een stabiel loon- en prijsniveau.

Ten aanzien van de staatshuishouding zal de Regering zich richten op de algemene doelstelling om een situatie van begrotingsevenwicht te bereiken, waarin haar uitgaven reëel zijn afgestemd op haar inkomsten. In de aanloop naar realisering van deze situatie zal de staatsbegroting volledig monetair neutraal worden gefinancierd.

Vergroting van de nationale productie is noodzakelijk om ons Volk uitzicht te bieden op welvaart en welzijn. Een intensieve en alomvattende mobilisatie van ons menselijk potentieel en een verantwoorde exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen zullen ons de mogelijkheden verschaffen om dit doel te realiseren. Het economisch beleid voor de periode 2000-2005 zal met het oog hierop daarom worden gekenmerkt door het scheppen van condities voor de volle inzet van ons menselijk potentieel met name in het kader van de mogelijkheden die de informatie en communicatie technologie biedt en een verantwoorde exploitatie van onze natuurlijke hulpbronnen ten voordele van de gehele samenleving. Hierdoor zal duurzame ontwikkeling binnen bereik van het Surinaamse Volk worden gebracht.

Onderwijs, gezondheidszorg, arbeid, sociale zorg en huisvesting zijn factoren, die in hoge mate bepalend zijn voor de maatschappelijke participatie van burgers en de leefbaarheid van een samenleving.

Het is primair een verantwoordelijkheid van de Regering om een zodanig beleid te voeren dat het financieel- economische draagvlak aanwezig is om optimale mogelijkheden voor ontplooiing en sociale bescherming aan haar burgers te bieden.

In dit proces van herstel en wederopbouw zal de samenleving optimaal worden betrokken door informatie en voorlichting en waar nodig samenspraak, overleg en verantwoording via de geëigende instanties en structuren.

De in te stellen Sociaal Economische Raad zal de sociale partners, namelijk de Overheid, de Vakbeweging en het Bedrijfsleven de gelegenheid bieden voor samenspraak van hun deskundigen op weg naar nationale standpuntbepaling in daarvoor in aanmerking komende aangelegenheden.

Aan de Niet-Gouvernementele Organisaties, de N.G.O.’s oftewel het maatschappelijk middenveld zal tevens op structurele basis de gelegenheid worden geboden om bij te dragen op weg naar de vormgeving en in de realisatie van onze maatschappelijke ontwikkeling.

In het bijzonder zal dit van grote betekenis kunnen zijn bij het beleid tot duurzame armoedebestrijding.

Sommige N.G.O.’s leveren nu al een belangrijke bijdrage, ook in het denkproces tot sanering van de economie.


Voorzitter,

Om te voorkomen dat al onze inspanningen om een gezond en welvarend Suriname op te bouwen, ijdel blijken, moeten wij ons realiseren, dat de zorg voor onze veiligheid de hoogste prioriteit geniet.

De veiligheid van Suriname wordt bedreigd, niet alleen door min of meer geïsoleerde gevallen van harde criminaliteit, maar meer nog door opdringende criminele circuits die in de drugsdoorvoerhandel, illegale mijnbouw, illegale wapenhandel en witwaspraktijken hun heil zoeken.

Elke rechtgeaarde Surinamer heeft een plaats in te nemen in de strijd tegen deze bedreiging van onze Staat en ons Volk.

Deze strijd is niet in de eerste plaats een zaak van gewapende inzet, maar primair gaat het erom dat elke Surinamer bereid is zijn plicht te doen door geen gelegenheid aan de misdadigers te bieden voor de uitoefening van hun praktijken.


Voorzitter,

Ik zal nu ertoe overgaan om U in het eerste deel van deze Regeringsverklaring het beleid in contouren en hoofdlijnen te schetsen.

Het tweede deel, dat hier niet wordt uitgesproken, bevat een nadere uitwerking in concrete acties en maatregelen.


JUSTITIE & POLITIE   (bijbehorende maatregelen)

Het justitieel beleid zal zich richten op handhaving van wet en recht, zodanig dat burgers zich beschermd weten en overtuigd zijn te wonen in een rechtvaardige samenleving. Daarom zullen versterking en waarborging van de rechtstaat en de democratie uitdrukkelijk en waarneembaar worden bevorderd.

Teneinde het vertrouwen van de gemeenschap in de Rechterlijke Macht te herstellen is het nodig, dat dit orgaan naast een uitbreiding van het aantal leden en leden plaatsvervangers, een herstructurering ondergaat.

Daarbij zal rekening moeten worden gehouden met:

  • het optimaliseren en het waarborgen van de rechtshandhaving, terwijl ook aan het optimaliseren van de mogelijkheden, vooral voor de minder draagkrachtige justitiabelen in onze gemeenschap, de nodige aandacht moet worden besteed;

  • het bij wet regelen van de rechtspositie van de leden van de Rechterlijke Macht, alsmede het inbouwen van waarborgen voor de onafhankelijkheid van dit orgaan;

  • het versterken van de infrastructurele voorzieningen voor de Rechterlijke Macht, en

  • het opzetten van een instituut voor de opleiding van rechterlijke ambtenaren, met als doel verhoging van de kwaliteit en de kwantiteit van de Rechterlijke Macht.

Instelling van het Constitutioneel Hof zal de rechtszekerheid in ons bestel verhogen.

Voor het garanderen van rechtshulp voor een ieder in de samenleving zal het Bureau voor Rechtshulp gereorganiseerd worden en de hoogte van de honoraria van toegewezen advocaten geëvalueerd worden. Deskundigen zullen worden aangetrokken teneinde door middel van wetgeving het beleid ter zake te ondersteunen.

Orde, rust en veiligheid behoren tot de basiselementen van een goed functionerende rechtstaat. De veiligheid van de bevolking neemt daarbij een prominente positie in. De zorgwekkende vormen welke de criminaliteit aanneemt nopen daarom om naast het algemene beleid inzake de criminaliteitsbestrijding, op zeer korte termijn een aantal speciale maatregelen te treffen.

Tot zulke maatregelen met hoge prioriteit worden gerekend:

  • Voorlichting aan de bevolking, vooral op scholen, over misdaadpreventie en de ondersteuning van preventieve programma's ter zake;

  • Versterking en vergroting van de effectiviteit van het opsporingsapparaat, met name door training in alle aspecten van de opsporing;

  • Effectieve strafoplegging zodat recidive geminimaliseerd wordt;

  • Bestrijding van grensoverschrijdende misdaad, mede door versterking van de grensposten, versteviging van de bestaande internationale samenwerking en implementatie van de verdragen die geratificeerd zijn;

  • Eliminatie van geweld tegen vrouwen en kinderen door het instellen van een speciale unit en middels adequate wetgeving;

  • Het opzetten over het gehele land van veilige opvangcentra voor slachtoffers van deze vormen van geweld, alsmede het oprichten van een algemeen trauma centrum;

  • Het vrijwaren van de gemeenschap van invloeden van de grensoverschrijdende criminaliteit en daarmee gepaard gaande witwas praktijken door nationale, regionale en internationale aanpak ervan.

In het kader van een nieuwe strategie zal door samenwerking van de actoren binnen de politie-organisatie, zowel onderling als met daarvoor in aanmerking komende partners, gewerkt worden aan een reële daling van de ernstige criminaliteit en het terugdringen van gevoelens van angst en onveiligheid.

Opsporing van corruptie en bestraffing daarvan staan hoog op de prioriteitenlijst. Een concept-Anticorruptiewet ligt gereed om via de Raad van Ministers en de Staatsraad aan Uw College te worden aangeboden. Ook is reeds begonnen met inventarisatie van de gevallen die voor nader onderzoek in aanmerking komen.


BINNENLANDSE ZAKEN   (bijbehorende maatregelen)

De uitvoering van een project Ambtenarenregistratie zal het inzicht in de personele samenstelling en structuur van het overheidsapparaat verhogen. Het resultaat zal een basis vormen voor verdere uitvoering van het personeelsbeleid bij de Overheid.

De loonstructuur van de ambtenaren wordt geëvalueerd. Wijzigingen dien-aangaande zullen leiden tot een nieuw evenwicht daarin.

Reorganisatie van het overheidsapparaat wordt ingezet, gericht op verhoging van efficiëntie, effectiviteit en personeelsdiscipline.

Door middel van opleiding en training wordt het creëren van kader binnen het overheidsapparaat geïntensiveerd.

Het wettelijk instrumentarium inzake de bevolkingsadministratie en de bevolkings-boekhouding zal worden aangepast. Verder zal het systeem ter vervaardiging van identiteitskaarten worden gewijzigd. Het netwerk van bureau’s voor burgerzaken zal worden uitgebreid.

De automatisering van de bevolkingsadministratie zal worden voortgezet en de logistieke voorzieningen zullen worden verbeterd teneinde de dienstverlening publiekgerichter te maken. Ook zal de registratie van binnenlandbewoners verder ter hand genomen worden.

De Regering zal noodvoorzieningen treffen om verder verlies van archiefmateriaal tegen te gaan. In het kader van een lange termijn oplossing is de bouw van een archiefgebouw in voorbereiding. Ook wordt een nieuwe Archiefwet voorbereid. Mede met het oog op het toegankelijk maken van archieven, het conserveren van archiefmateriaal en het voorbereiden van publicaties voor het archief zal aandacht worden besteed aan het aantrekken van gekwalificeerd personeel. Projecten voor de conservering en digitalisering van archiefbronnen zullen in uitvoering worden genomen.

De Regering onderschrijft het principe van pensioen als een belangrijke factor van sociale zekerheid. Alle aspecten betreffende pensioenen, in het bijzonder de ambtenaren pensioenwet van 1972, zullen worden geëvalueerd en zo nodig gewijzigd met het oog op het realiseren van een reële garantie op pensioen en het niveau daarvan.

De participatie van de vrouw in het ontwikkelingsproces zal optimaal worden geïntegreerd in het ontwikkelingsbeleid en de planning.

De nationale wetgeving zal in overeenstemming worden gebracht met en gericht worden op naleving van de verdragen regelende de rechten van de vrouw. Aldus zal binnen alle leefgebieden genderevenwicht worden bevorderd.

Wetenschappelijk onderzoek naar het verloop van de gendergerichte acties in de samenleving zal gerichte effectieve ondersteuning van de genderbeleid mogelijk maken.


DEFENSIE    (bijbehorende maatregelen)

In verband met de rol en de taak van het Nationaal Leger in onze democratische rechtstaat is het van belang dat het beleid met betrekking tot opleidingen, trainingen en doctrines bevordert dat het leger conform de wet zijn taken onder verantwoordelijkheid van en in ondergeschiktheid aan het wettige gezag blijft uitvoeren.

De defensie-organisatie zal in deze regeerperiode optimaal participeren in bilaterale en multilaterale samenwerkingsverbanden ter vestiging van een nationaal en internationaal klimaat dat vrede en veiligheid garandeert en daardoor vooruitgang van de wereldgemeenschap mogelijk maakt. Dit klimaat zal onze nationale ontwikkeling bevorderen.

De Regering houdt in haar beleidsoriëntatie met betrekking tot de defensie-organisatie weliswaar ernstig rekening met een mogelijke gewapende buitenlandse militaire agressie tegen de Republiek Suriname, maar is ervan overtuigd dat de souvereiniteit en de territoriale integriteit van Suriname veeleer worden bedreigd door allerlei vormen van grensoverschrijdende criminaliteit, zoals drugsactiviteiten, illegale goudwinning met kwikvervuiling van kreken en rivieren, illegale bosbouw met ontbossing, goud-, wapen- en mensensmokkel.

De Regering houdt er rekening mee dat Surinaamse en buitenlandse illegaal opererende groepen, voortdurend zullen trachten delen van het Surinaamse grondgebied af te sluiten voor en te onttrekken aan het centrale regeringsgezag. De Regering is zich ervan bewust dat dit gevaar alle landen, die grenzen aan het machtige Amazonewoud, bedreigt en richt haar beleid op de totstandkoming van een samenwerkingsverband, waarin deze landen samen met andere naties tegen dit gemeenschappelijke gevaar ten strijde trekken.

De Regering beseft dat een adequaat personeelsbeleid dat gebaseerd is op een deugdelijke beleidsvisie over het nodige instromend personeel, het grote aantal niet-actief dienende personeel en het opgang te brengen uitstromend personeel, van buitengewoon belang is.

Teneinde de derving van staatsinkomsten uit onder andere de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen zoveel mogelijk tegen te gaan, zal het Nationaal Leger op steeds effectievere wijze worden ingezet bij de bewaking van staatsgrenzen, het grondgebied en de economische zône, terwijl middels een sterke uitbouw van zogenaamde civiel-militaire relaties het Leger op voldoende grote schaal zal worden betrokken bij de rehabilitatie en de bouw van civiele werken.

Voor een succesvolle taakuitoefening door het Leger, verdienen behalve opleidingen, trainingen en personeelsbeleid, ook de infrastructuur, materiaal en materieel de nodige aandacht van de Regering.


ONTWIKKELINGSBELEID  

De Regering is zich ervan bewust dat vergroting van de nationale productie noodzakelijk is om ons volk uitzicht te bieden op welvaart en welzijn. Een intensieve en alomvattende mobilisatie van ons menselijk potentieel en een verantwoorde exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen moeten ons de mogelijkheden verschaffen om dit doel te realiseren. Het economisch beleid voor de periode 2000-2005 zal met het oog hierop daarom worden gekenmerkt door het scheppen van condities voor de volle inzet van ons menselijk potentieel en een verantwoorde exploitatie van onze natuurlijke hulpbronnen ten voordele van de gehele samenleving.

Dit beleid zal zich concentreren op:

  • het opheffen van factoren die belemmerend werken op het functioneren van economische mechanismen;

  • het creëren van omstandigheden die economische groei bevorderen, en

  • het stimuleren van directe investeringen in sectoren, die qua potentie, ons op korte termijn de revenuen opleveren die nodig zijn voor de inrichting van een leefbare samenleving waarin welvaart en welzijn voor elk individu bereikbaar zijn.

Voor wat betreft het opheffen van factoren die belemmerend werken op het functioneren van economische mechanismen en het creëren van omstandigheden die economische groei bevorderen, zullen de inspanningen van de Regering gericht zijn op het scheppen van evenwichtige verhoudingen in de staatshuishouding, stabiele wisselkoersen voor vreemde valuta en een stabiel loon- en prijsniveau.

Ten aanzien van de staatshuishouding zal de Regering zich laten leiden door de algemene doelstelling om binnen een periode van maximaal 3 jaar een situatie van begrotingsevenwicht te bereiken, waarin haar uitgaven reëel zijn afgestemd op haar inkomsten. In de aanloop naar realisering van deze situatie zal de staatsbegroting volledig monetair neutraal worden gefinancierd. De Regering heeft in dit verband maatregelen in voorbereiding gericht op het terugdringen van de overheidsbestedingen en het verhogen van de overheidsinkomsten.

In de sfeer van het terugdringen van de overheidsbestedingen ontkomen wij niet aan een grondige herformulering van de taken van de Overheid en het verder rationaliseren van overheidssubsidies. Bij de herformulering van overheidstaken zal mede aandacht worden besteed aan verhoging van de efficiëncy, herziening van het beloningssysteem en versterking van de kerninstituten. Aangezien de hoge staatsschuld een onverantwoord zware druk op de overheidsbegroting legt, zal de Regering op korte termijn bij schuldeisers en donoren medewerking zoeken voor een programma van herschikking van deze schulden.


PLANNING & ONTWIKKELINGS SAMENWERKING   (bijbehorende maatregelen)

In het kader van herstel van de relatie met Nederland is er ministerieel overleg geweest over de verdere uitvoering van de Overeenkomst inzake ontwikkelingssamenwerking van 1975 en het Raamverdrag van 1992 tussen beide landen. De verdragsmiddelen zijn weer beschikbaar om een bijdrage te leveren aan in de verdere ontwikkeling van Suriname.

Met de inzet van de garantiemiddelen van het verdrag zal Suriname in staat zijn de gemaakte schulden zodanig te herschikken dat er voldoende middelen zijn ter uitvoering van een programma voor economische stabilisatie en ontwikkeling. Tegelijkertijd wordt onze internationale betrouwbaarheid hersteld.

De formulering van een lange termijn ontwikkelingsvisie wordt noodzakelijk geacht om daardoor te verzekeren dat de planning van onze toekomst geschiedt op basis van een duidelijke nationaal bepaalde oriëntatie.

In deze strategische lange termijnvisie zal de nationale ontwikkeling in lijn gebracht worden met de geformuleerde lange termijn doelen, die op basis van nationale consensus vastgesteld zullen worden.

De bijstelling van onze planning aan de hand van de ontwikkelingen in onze snel veranderende wereld moet echter daarbij niet uitgesloten worden.

Ten vervolge van deze Regeringsverklaring zal een Meerjarenontwikkelingspro-gramma "MOP 2001-2005" aan De Nationale Assemblee worden aangeboden.


FINANCIEN    (bijbehorende maatregelen)

Reeds bij de aanvang van haar optreden, werd de Regering geconfronteerd met immense vraagstukken op sociaal, financieel en economisch gebied, die dringend noopten tot oplossingen op korte termijn. Zo is de Regering, om aan haar lopende verplichtingen te kunnen voldoen, overgegaan tot het doen vaststellen bij wet van een noodvoorziening houdende de verkrijging van financieringsruimte ten behoeve van de lopende staatsuitgaven.

Een fundamentelere taak waarvoor de Regering zich gesteld ziet is het bereiken en consolideren van macro-economisch evenwicht en groei op middellange en lange termijn. Deze zienswijze betekent dat aan het management van de macro-economische processen bijzondere eisen worden gesteld. Een stabiel macro-economisch klimaat schept de noodzakelijke voorwaarden om besparingen te genereren, die benodigd zijn voor het doen van investeringen. Het beleid van de Regering zal derhalve met name gericht zijn op het tot stand brengen van begrotingsevenwicht en, in het verlengde daarvan, op het geleidelijk opvoeren van de binnenlandse besparingen en op een positieve balans voor de externe sector. De Regering beoogt hierdoor een solide economie op te bouwen die niet gevoelig is voor korte termijn fluctuaties en die de uitdagingen van de zich globaliserende wereldeconomie met succes kan tegemoet treden.

De Regering zal met voortvarendheid werken aan het tot stand brengen van prijsstabilisatie door streng de hand te houden aan begrotings- en monetaire discipline en aan de aantrekking van voldoende buitenlands kapitaal. Dit laatste zal onder meer mogelijk zijn als gevolg van het herwonnen vertrouwen in de structurele hervormingsprocessen en de consolidatie van een transparant, democratisch politiek bestel.

Bij de uitvoering van bedoelde hervormingen zullen de inspanningen om te geraken tot macro-economisch evenwicht, gepaard dienen te gaan met maatregelen gericht op bevordering van de groei van de economie door het wegmaken van technologische achterstanden in onze productiemiddelen en –processen.

Tevens zal het beleid gericht zijn op het bestrijden van alle vormen van armoede en het aldus indammen van de negatieve effecten, die het gevolg kunnen zijn van de uitvoering van de structurele hervormingen. De Regering is hiertoe vastbesloten, ondanks de geringe budgettaire ruimte die door de ongekend hoge binnenlandse en buitenlandse verplichtingen aan het beleid is gelaten.

Om te geraken tot duurzame groei van onze economie zal het vermogen van de economie om internationaal te concurreren moeten worden opgevoerd.

Daarom zullen de te treffen beleidsmaatregelen inspelen, niet alleen op de binnenlandse maar ook op de buitenlandse mogelijkheden, die onder andere het gevolg zijn van het proces van globalisatie.

Hervorming van de Overheidsdienst zal deze in hogere mate dienstbaar maken aan de begeleiding en ondersteuning van een door de private sector gedragen groeiproces.

Teneinde de nieuwe fase van ontwikkeling in te luiden zal vastberaden gehandeld worden op de navolgende gebieden:

  • realisatie en consolidatie van macro-economische stabiliteit;

  • technologische vernieuwing

  • ontwikkeling van de factor mens in het streven naar verhoging van de arbeids-productiviteit;

  • modernisering van de totale infrastructuur;

  • aanpassing van wet en regelgeving in het algemeen;

  • facilitering van de buitenlandse handel, en

  • hervorming van de financiële sector.

Op langere termijn zal het beleid gericht zijn op de tot standkoming van een open en op het concurrentiebeginsel gebaseerde economie, gekenmerkt door een dynamische op de export georiënteerde private sector en een sterke overheidssector die de activiteiten van de private sector stimuleert en faciliteert. De Regering wil dit doel bereiken door de uitvoering van een coherente economische strategie, die de voorwaarden creëert voor een versnelde ontwikkeling van de activiteiten van de private sector. Voor ombuiging van de economische oriëntatie naar het internationale vlak zal een beleid gevoerd worden dat leidt tot liberalisatie, toenemende kapitaalstromen en op internationale leest geschoeide dienstverlening.

De Regering onderkent dat de zwakte van de bestaande ondersteuningssystemen van de Overheid een belemmering vormt voor het bedrijfsleven om in te spelen op de uitdagingen van de regionale en mondiale integratie, waardoor de groei van expertise en moderne hulpmiddelen de productiviteitsgroei en het vermogen om internationaal te concurreren ongunstig worden beïnvloed.

De publieke sector zal zich derhalve in toenemende mate concentreren op de richtige uitvoering van haar kerntaken, waaronder de dienstverlening die de private sector in staat stelt om verder uit te groeien en de nieuwe ontwikkelingsfase goed toegerust binnen te treden.

De Regering zal geëigende maatregelen treffen, om de resultaten op budgettair gebied te verbeteren. Dit zal zij doen door een vertrouwenwekkend deviezen- en monetair beleid en de realisatie van overheidsbesparingen, terwijl op de begroting uitdrukkelijk aandacht zal worden geschonken aan de afhankelijkheid van externe financiering en aan de financiële consequenties van:

  • onderhoudskosten die voortvloeien uit kapitaalbestedingen;

  • de statische en inflexibele uitgavenpatronen, en

  • de leniging van sociale noden.

Daarbij zullen de volgende twee gebieden onverdeelde aandacht krijgen:

  • verhoging van de belastinginkomsten door verbreding van de belasting-grondslag, versterking van de belastingadministratie en naleving van de bestaande belastingwetten, en

  • modernisering van de publieke sector om de efficiëncy te verhogen, waaronder de voorbereiding van een programma voor privatisering van daarvoor in aanmerking komende diensten en voor sanering van het ambtenarenapparaat.

Naast het verbeteren van de resultaten op budgettair gebied, zal de Regering voortgaan met de implementatie van beleidsmaatregelen die gericht zijn op:

  • uitdieping en verhoging van de efficiëncy van de financiële sector;

  • hervorming van het sociale zekerheidsstelsel;

  • beperking van de inflatoire druk door het aanmoedigen van grotere binnenlandse besparingen en het verkleinen van de overheidsconsumptie;

  • bevordering van particuliere investeringen, waarbij het streven erop gericht is, dat op langere termijn een groter deel van de instroom van particulier kapitaal zal bestaan uit directe investeringen, en

  • het voeren van een vertrouwenwekkend deviezenbeleid.

Op het gebied van het verbeteren van wet en regelgeving, zal het beleid gericht zijn op:

  • erkenning van intellectuele eigendomsrechten en de bestrijding van piraterij;

  • betere vastlegging van onroerend goed door modernisering van het registratie- en kadasterwezen;

  • facilitering van het vestigen, opereren en afbouwen van ondernemingen;

  • versterking van het toezicht op bedrijven en vereenvoudiging van de wetgeving door eliminatie van overbodige procedures;

  • harmonisering en vereenvoudiging van de regels m.b.t. buitenlandse inves-teringen, teneinde procedurele en structurele toegangsbarrières op te heffen;

  • verbetering van de belastingwetgeving en administratie door tegenstrijdige incentives te corrigeren;

  • het voorkomen van oneerlijke concurrentie, en

  • het terugdringen van de kosten die gemoeid zijn met het toezicht op de naleving van belastingwetten.

De Regering zal de grondslagen leggen voor de ontwikkeling van een modern financieel systeem dat erop berekend is om bij te dragen tot een versnelde groei van de economie.

De bijdrage van de Regering tot de ontwikkeling van goed functionerende geld- en kapitaalmarkten zal onder andere inhouden dat zij:

  • als catalysator optreedt door de uitgifte van schatkistpapier;

  • toeziet op de handhaving van de juiste normen in de handelspraktijk en een grotere openheid bij de verschaffing van informatie;

  • wetten en regels uitvaardigt die de hervorming en grotere betrokkenheid van institutionele beleggers, namelijk assurantiemaatschappijen, pensioenfondsen en andere financiële intermediaire instellingen, zoals investeringsmaatschappijen, tot doel hebben;

  • hervorming van de financiële sector.


HANDEL EN INDUSTRIE    (bijbehorende maatregelen)

Het beleid zal een stimulerend investeringsklimaat vestigen, waarvan de bouwstenen onder meer zijn: democratisch staatsbestuur, monetaire, financiële en sociale stabiliteit, goed opgeleide mensen, een gedereguleerde economie en vrij valutaverkeer, inclusief de mogelijkheid tot overmaking van winsten behaald uit buitenlandse investeringen.

In deze regeerperiode zal aandacht geschonken worden aan de industriële ontwikkeling ter versterking van de verdiencapaciteit van onze economie en de uitbreiding van het aantal arbeidsplaatsen.

Een op moderne leest geschoeide Investeringswet zal een sterk bevorderende invloed uitoefenen op de industriële ontwikkeling.

In het kader van bij wet ingestelde bestemmingsplannen als onderdeel van de Ruimtelijke Ordening zal de aanwijzing van industrieterreinen en de bouw van industriehallen plaatsvinden, welke slechts op grond van strenge criteria aan belanghebbende ondernemers zullen worden toegewezen.

Verdere integratie in de Caricommarkt, vergroting van de export naar deze markt en voortdurend marktonderzoek ten behoeve van de export van nieuwe industriële producten zullen in het streven naar evenwicht op de handelsbalans met de Caribische landen hoge prioriteit genieten.

Speciale Investeringsfondsen zullen de nationale initiatieven van kleine, middelgrote en grote ondernemers ondersteunen. De economie zal verder gedereguleerd worden, naast voortgaande liberalisatie van de handel. De grotere concurrentie moet leiden tot efficiëntere operaties en lagere kosten. De procedures in het resterend vergunningenbeleid zullen verder vereenvoudigd worden.

Regionale spreiding voor industriële activiteiten en het toekennen van bijzondere faciliteiten voor bedrijfsinvesteringen in speciale daartoe aan te wijzen gebieden, zullen de ontwikkeling van nieuwe industriekernen stimuleren.

De Surinaamse ambassades zullen actiever betrokken worden bij de exportbevordering en het verkrijgen van marktinformatie voor het bedrijfsleven. In het algemeen zal een grotere zakelijke oriëntatie van het ambassadepersoneel worden bevorderd.

De doorvoerhandel zal worden geëvalueerd ter verkrijging van beter inzicht in de structuur van de handel en om efficiëntie te bevorderen.

Rationalisatie en commercialisatie van overheidsbedrijven in het bijzonder die, welke met ondergang bedreigd worden en indien noodzakelijk ook privatisering zullen onderdeel vormen van het beleid.


LANDBOUW VEETEELT EN VISSERIJ    (bijbehorende maatregelen)

Hoofddoelstelling van het agrarisch ontwikkelingsbeleid is het vergroten van de bijdrage van de sector aan de nationale economie. Op basis van het ontwik-kelingspotentieel zal worden gestreefd naar een evenwichtige regionale spreiding van economische activiteiten, gericht op verhoging van de productie van zowel traditionele als niet-traditionele producten. Daarbij zal een aanvaardbaar, redelijk en stabiel inkomen voor de agrarische producenten gegenereerd moeten worden, zodanig dat optimaal wordt bijgedragen aan zowel de nationale als sectorale welvaart.

De agrarische sector zal de volgende essentiële bijdragen moeten leveren aan het herstel van de economische ontwikkeling:

  • het verhogen van de netto-deviezenopbrengst middels stimulering van op export gerichte producties;

  • het verhogen van het aanbod van lokaal geproduceerde producten, waardoor de import van voedingsmiddelen terug gedrongen wordt, en

  • het afbouwen van de subsidies en de stimulering van duurzame ontwikkeling.

Om te beginnen zal in een poging om de bestaande exportmarkten te behouden, worden bevorderd dat de agrarische productie op verantwoorde wijze wordt opgevoerd. Hierbij zal gebruik gemaakt worden van moderne technologieën. De productiewijzen, -structuren en –faciliteiten zullen in overeenstemming worden gebracht met de regels van de Wereld Handels Organisatie (WTO), waardoor aan de door die organisatie gestelde kwaliteitseisen en normen die in het jaar 2001 van kracht zullen zijn, kan worden voldaan.

Samenwerking met internationale organisaties zoals de FAO zal hierbij zoveel als mogelijk worden benut. Verhoging van de productiviteit en verlaging van de kostprijs zullen onze producenten in staat moeten stellen om het hoofd te bieden aan de consequenties van het wegvallen van de preferentiële toegang tot de Europese markt.

Het is van cruciaal belang dat het agrarisch geschoold kader wordt uitgebreid om de reëel aanwezige groeimogelijkheden daadwerkelijk tot ontwikkeling te brengen. Op de verschillende niveau’s zal het agrarisch onderwijs, zowel op praktisch als wetenschappelijk gebied, ontwikkelingsgericht aangepakt en gestimuleerd worden.

Gezien de onderbenutting en achteruitgang van de agrarische productie-capaciteit is het geboden deze weer op peil te brengen en het staand areaal volledig te consolideren, waardoor de sector de bestaande en nog functionerende capaciteit optimaal kan benutten. Tevens zullen stimulansen gegeven worden om in onbruik geraakte capaciteit wederom te herstellen en te onderhouden. Hiertoe zal de Regering kredietfaciliteiten beschikbaar stellen, waarvan de rentetarieven concurrerend en internationaal acceptabel zijn. Voor wat het onderhoud van de herstelde infrastructuur betreft, zullen beheersorganisaties in het leven worden geroepen die de continuïteit kunnen garanderen.

Parastatale bedrijven in de agrarische sector zullen een hernieuwde bedrijfsvoering moeten introduceren aan de hand van programma’s die de bedrijven in staat stellen commercieel te opereren.

Teneinde de bodem- en arbeidsproductiviteit alsmede een efficiënt gebruik van de deviezencomponent te bevorderen zal een strategische plaats worden toebedeeld aan een gecoördineerd en praktijkgericht agrarisch onderzoek. Het praktijkgericht onderzoek zal tot doel hebben om die productiemethoden te introduceren, waardoor de geteelde producten voldoen aan de eisen van de markt met betrekking tot kostprijs, voedselveiligheid, milieu-aspecten, verpakking en kwaliteit.

Uitvoering zal gegeven worden aan een landbouwtelling op basis waarvan de ontwikkeling van de landbouwsector wederom op verantwoorde wijze kan geschieden.

De samenwerking op het internationale vlak met organisaties zoals de FAO, IICA, IFAD en de bilaterale relaties zal waar nodig geïntensiveerd worden; dit zal met name zijn beslag krijgen op gebieden als agrarisch landbouwonderzoek, het opzetten van een nationaal zaaizaadprogramma en het helpen opzetten van agrarische phytosanitaire "disease monitoring and surveillance systems". Hiermee worden bedoeld structuren die toezicht houden op het voorkomen van eventuele ziekten, ziekteverwekkende organismen en schadelijke stoffen, in of op dieren, planten en voedselproducten.


NATUURLIJKE HULPBRONNEN    (bijbehorende maatregelen)

De Regering zal met de in ons land opererende bauxietmaatschappijen Suralco en Billiton Maatschappij Suriname naar wegen zoeken ter garandering van investeringen in de ontwikkeling van nieuwe mijnen voor bauxietleveringen na 2006 en verdere vergroting van de aluinaarde-capaciteit en de efficiëncy van de raffinaderij te Paranam, alles met inachtneming van de sociale en milieu-invloeden.

Het beleid zal zich verder richten op het tot ontwikkeling brengen van de bauxietvoorkomens in West-Suriname en de bouw van een aluinaarde-raffinaderij ter plaatse, afhankelijk van het resultaat van de "feasibility studie".

De Regering onderschrijft het strategisch belang van onze aardolievoorkomens voor de nationale ontwikkeling. De Regering zal de op gang zijnde aardolie-activiteiten van de Staatsolie Maatschappij Suriname N.V. en haar contractpartners krachtig ondersteunen. Voor deze sector staan in deze regeerperiode de volgende doelen voor ogen:

  1. Verhoging van de bestaande olieproductie in het Tambaredjo gebied van 12.000 naar 20.000 barrels per dag; De huidige reserves zijn gesteld op 150 miljoen barrels.

  2. Het in productie brengen van nieuwe oliereserves in het zogenaamde Wayambo gebied; de reserves in dit gebied worden ook geschat op circa 150 miljoen barrels. Onderzoek zal dit dienen uit te wijzen.

  3. Het onderzoeken van en in productie brengen van potentiële aardolievoorkomens in het zeeareaal.

  4. Het opvoeren van het onderzoek naar aardolievoorkomens in andere delen van Suriname.

  5. De uitbreiding van de capaciteit van de raffinaderij en vergroting van het productenassortiment.

  6. Versterking van de marktpositie met name in het Caraibisch gebied voor de in ons land geproduceerde aardolie en geraffineerde producten.

De veiligstelling en verbetering van de drinkwatervoorziening zullen in de beleids-periode verder ter hand worden genomen.

Het beleid is erop gericht om betaalbare energie aan te bieden ten behoeve van bestaande bedrijven en gezinshuishoudens en voor de aantrekking van nieuwe investeringen en ondernemingen.

Een masterplan voor het korte, middellange en lange termijn energiebeleid zal aan De Nationale Assemblee worden aangeboden.

Voor zover het de energievormen die in gebruik zijn betreft, zal het beleid gericht zijn op:

  • het tegen minimale kosten garanderen van op de vraag afgestemd aanbod van energie en het doen implementeren van reële tarieven die de werkelijke kosten reflecteren, waardoor de continuïteit van de energiesector wordt gegarandeerd, en

  • het tot ontwikkeling brengen van nationale energiebronnen om zo te bezuinigen op de olierekening van de Staat en de afhankelijkheid van het buitenland ten aanzien van energievoorziening te verkleinen.

Wat de energievoorziening van de geïsoleerde dorpen in het binnenland betreft, blijkt de voorziening middels dieselaggregaten voorshands de meest optimale te zijn. Alternatieve opwekmethoden blijven echter in studie, met het oog op het terugdringen van de exploitatiekosten. De benutting van alternatieve energiebronnen/-dragers blijkt vastgelegd te zijn in diverse studies. De feasibility van deze evaluaties zal bekeken worden tegen de achtergrond van de stand van de huidige technologie.

Ook zal teneinde de voordelen te vergroten de Brokopondo-overeenkomst worden geëvalueerd.

De Regering zal eenheden instellen, die zich zullen bezig houden met de regulering van de kleinmijnbouw binnen de goudsector om de wildgroei, die daarin in de achter ons liggende jaren is ontstaan, terug te dringen.

In het kader van dit beleid zullen ook de volgende maatregelen worden genomen:

  • het registreren en in de formele economie brengen van de gouddelvers;

  • het verbeteren van het toezicht op de afzet van de productie;

  • voorlichting, begeleiding, wetgeving en controle op bescherming van mens en milieu;

  • de introductie van verantwoorde productietechnieken en gereedschap;

  • evaluatie van de goudopkoop door de Centrale Bank van Suriname;

  • het stimuleren en ondersteunen van de gouddelvers om de inkomsten uit het goud mede te investeren tot verbetering van de leefgemeenschappen in het binnenland;

  • maatregelen ter financiering van de bestrijding van milieuvervuiling, en

  • grondige evaluatie van het staatsmijnbouwbedrijf Grassalco en herstructurering ervan.

Het regeringsbeleid voor de bosbouwsector zal erop gericht zijn om op korte termijn daadwerkelijk een duurzame rationele benutting van de bossen van ons land te bewerkstelligen voor een significante bijdrage aan de sociaal-economische ontwikkeling van ons land alsook in het kader van het streven tot behoud van het tropische regenwoud op aarde. In dit verband wordt een moderne nationale bosbeheerautoriteit voorbereid.

De Overheid zal zich in het proces van uitbouw en verbetering van de nationale bosbouw en houtindustrie uit het actieve productieproces terugtrekken, terwijl haar regelgevende en begeleidende rol daarbij wordt versterkt. Het proces van commercialisering en eventueel privatisering van de staatsbosbedrijven zal worden geïntensiveerd teneinde zo spoedig mogelijk tot succesvolle afronding daarvan te kunnen geraken.

Voor de uitbouw van de nationale houtindustrie is de rehabilitatie, uitbreiding en heroverweging van de fysieke infrastructuur voor het houttransport een vereiste welke met de nodige prioriteit zal worden gerealiseerd, waar mogelijk mede met de bijdragen die daarvoor uit de sector zelf zullen worden gemobiliseerd.

Ook zal de Regering maatregelen treffen in het kader van duurzaam beheer en duurzame benutting van beschermde gebieden en in het wild voorkomende fauna en flora evenals maatregelen ter herstructurering van het grondbeleid.


OPENBARE WERKEN    (bijbehorende maatregelen)

Op korte termijn zal de Regering maatregelen treffen ter stimulering van initiatieven en projecten op gebied van stadsherstel en daartoe de nodige incentieven geven.

Teneinde te garanderen dat het beleid m.b.t. de voorbereiding en uitvoering van staatswerken ontdaan is van willekeur zal de Regering spoedig ertoe overgaan een orgaan in het leven te roepen voor algemeen toezicht bij de uitvoering van staatswerken.

In deze regeerperiode zal het beleid voorzien in het systematisch stabiliseren van de fysieke infrastructuur ter bevordering van de economische bedrijvigheid en verbetering van de woon- en werkomstandigheden. Deze factoren zijn bepalend voor de instandhouding van een voor de samenleving aanvaardbaar peil van welvaart en welzijn.

Aan de hand van het af te ronden Masterplan inzake de ontwatering van Groot-Paramaribo, zal onze hoofdstad worden bevrijd van het steeds terugkerend probleem van het onderlopen van grote delen ervan.

Ter stimulering van een beter leefklimaat zal er toe worden overgegaan om structuurplannen en daaruit voortvloeiende bestemmingsplannen te ontwerpen voor Groot-Paramaribo, Nickerie, Moengo en Albina.

Een alsdan op te maken verkeerscirculatieplan zal moeten leiden tot een structurele oplossing van de verkeerstechnische problemen in deze wooncentra. De stedenbouwkundige ontwikkeling van Nieuw Nickerie zal ter hand genomen worden, alsook de wederopbouw van Moengo en Albina.

Ter ondersteuning en vergroting van de exportmogelijkheden en teneinde het wegvervoer beter te reguleren, zullen op korte termijn middels daarvoor in aanmerking komende toevoerwegen worden gereconditioneerd.

De Wegenautoriteit zal binnen de daartoe uitgetrokken termijn operationeel worden gemaakt. Het onderhoud en het beheer van de primaire wegen zullen dan ook successievelijk aan de Wegenautoriteit worden overgedragen.

Op heel korte termijn zal de herziening van de bouwregelgeving een feit zijn waardoor aanbesteding en uitvoering van overheidswerken volgens aan de tijd aangepaste administratieve regelingen kan plaatsvinden.

De consequenties van de klimaatveranderingen voor een adequate oever- en kustbescherming zullen worden bestudeerd en er zal een adequate strategie in reactie daarop worden ontwikkeld.

Heel spoedig zal worden overgegaan tot de verzelfstandiging of afstoting van daarvoor in aanmerking komende takken van de dienst, waaronder de Vuilophaal- en verwerkingsdienst en de afdeling Auto Werkplaats.

Het bedrijfsleven zal zoveel mogelijk worden ingeschakeld bij het voorbereiden, uitvoeren, beheren en exploiteren van werken. Daartoe zal de Nationale Raad voor de Bouwnijverheid worden geheractiveerd.

De Regering zal ertoe overgaan te werken aan de verdere ordening van de bouwwereld. Hierbij wordt onder meer gedacht aan:

  • normering van het beroep van aannemer, architect en consultant, en

  • herziening van de Bouwwet en het Bouwbesluit, waarbij uitbreiding van de werkingssfeer van de Bouwwet zal worden doorgevoerd.


TRANSPORT COMMUNICATIE EN TOERISME   (bijbehorende maatregelen)

De ontwikkeling van de informatica, de datacommunicatie en de globalisering van handel en industrie, stimuleren een eerder ongekende groei van de telecommunicatie, zowel nationaal als internationaal. Om deze groei te kunnen accommoderen zal de infrastructuur gemoderniseerd worden, en in capaciteit, maar ook in geografische opzicht worden uitgebreid.

Deze Regering zal een meersporenbeleid ten aanzien van de telecommunicatie voeren. Enerzijds zal de infrastructuur van Staatswege worden uitgebreid de technologische kennis worden bijgehouden en het netwerk worden vernieuwd en gemoderniseerd.

Anderzijds zal de sector gefaseerd worden geliberaliseerd en hiertoe zal de wetgeving aan de moderne tijd worden aangepast.

Mede als gevolg van de bijzondere problemen van de omvang en de bereikbaarheid, vormt het binnenland een bijzonder gebied van zorg bij de uitbreiding van telecommunicatie-infrastructuur.

Het beleid is erop gericht deze gebieden te ontsluiten, in eerste instantie middels ontwikkelingscentra, waar door het plaatsen van de telecommunicatie-mogelijkheden, behalve de lokale gemeenschap ook overheidsdiensten en ontwikkelingswerkers gefaciliteerd kunnen worden.

Essentiële voorwaarde voor ontwikkeling is een goed georganiseerd transport-wezen. Naast benutting van reeds beschikbare onderzoeksgegevens zullen ten aanzien van deze belangrijke sector evaluaties verricht worden om het beleid ten aanzien van transport in de lucht, op het land en te water, aan te passen aan de moderne eisen. In de tijd waarin wij leven kunnen wij niet anders dan deze sector te ontwikkelen op basis van de principes van "just in time" en "just in place", teneinde efficiëntie en effectiviteit te realiseren.

Het beleid zal voorts gericht zijn op het garanderen van de veiligheid en de continuïteit van het scheepvaartverkeer en op de verhoging van de efficiëntie van de havenoperaties in verband met in de planning geprojecteerde toename van de export en de internationale handel. Daartoe zal de verdere rehabilitatie van de havens in zowel Paramaribo als Nickerie alle aandacht krijgen.

Bij het luchttransport zal nagegaan worden in hoeverre de afhandelingsprocedures en -voorzieningen nog voldoen aan de eisen van het intensiever wordend vliegverkeer en de daarmee gepaard gaande passagiersstromen. Daarnaast zullen diepte-investeringen gedaan worden in de veiligheid.

De ontwerp-Wet Burgerluchtvaart zal spoedig aan De Nationale Assemblee worden aangeboden.

Het openbaar vervoer zal grondig geëvalueerd en gereorganiseerd worden. In samenwerking met de relevante instituten en particuliere organisaties zal extra aandacht besteed worden aan de implementatie van een gedegen verkeersplan, teneinde de structureel geworden wanordelijke toestanden, in vooral de binnenstad van Paramaribo, tot het verleden te laten behoren. Ook het parkeerprobleem zal in dit kader noodzakelijkerwijs worden aangepakt.

De problemen met betrekking tot het openbaar vervoer in en naar de districten zal ter hand worden genomen en er zullen maatregelen getroffen worden ter optimalisering van de veiligheid en contrôle. In het stelsel van het openbaar wegtransport bestaande uit de particulier lijnbussen, het Nationaal Vervoers Bedrijf en het taxiwezen zal ordening worden gebracht.

Het beleid in de sector toerisme zal gericht zijn op de economische ontwikkeling en groei van ons land, echter op zodanige wijze dat het verenigbaar is met milieubehoud, bescherming van de rechten van de plaatselijke bewoners en van de sociale structuur. Middels verhoogde activiteit en directe alsook indirecte creatie van arbeidsplaatsen voor personen van verschillende opleidingsniveau’s kan toerisme een bijdrage leveren aan de vergroting van ons Bruto Nationaal Product. Er zal gewerkt worden aan het wegmaken van barrières voor een duurzame en gestadige ontwikkeling van de toeristische sector.


BUITENLANDSE ZAKEN    (bijbehorende maatregelen)

Het nieuwe millennium zal zich naar verwachting onderscheiden door de vestiging van structuren voor het vrije internationaal verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal. Het ingezette proces van globalisatie en liberalisatie zal ingrijpende gevolgen hebben voor de ontwikkelingskansen van ons land en volk. Er zullen daarom maatregelen worden getroffen die een adequaat inspelen van Suriname en zijn staatsburgers op dit proces waarborgen.

In de diplomatie en de buitenlandse politiek zal naast de traditionele zorg om de nationale veiligheid het accent gelegd worden op economische doelstellingen zoals verwerving van nieuwe markten, vergroting van internationale concurrentiekracht en schepping van meer welvaart in het algemeen. Bij de uitvoering van dit beleid zal nauwe afstemming en samenwerking met het Surinaamse bedrijfsleven plaatsvinden en zullen ten behoeve van de optimale benutting van de kansen in dit kader de structuren van het Ministerie van Buitenlandse Zaken beschikbaar zijn ter behartiging, bevordering en bescherming van de legitieme belangen van de Surinaamse private sector.

In onze buitenlandse relaties kunnen drie hoofdrichtingen worden onderscheiden:

  1. In het kader van de grenslanden-politiek zal de Regering met gepaste voortvarendheid verder inhoud geven aan haar beleid van goed en vreedzaam nabuurschap met onze buurlanden Brazilië, Frankrijk, Guyana en Venezuela.

  2. Het dispuut over de grens met Guyana, zowel in het noorden als zuiden, zal met voldoende prioriteit worden aangepakt, zodat de invloed van deze kwestie op afzienbare termijn als mogelijk struikelblok kan worden verwijderd in de ontwikkeling van goede en duurzame relaties met dit buurland.

  3. De Regering zal in de komende periode streven naar intensivering van de regionale integratie. Het buitenlands beleid zal bijdragen tot een effectieve en hechtere samenwerking met de landen uit Latijns-Amerika en de Caraibische regio.

  4. Met landen gelegen buiten het Amerikaanse continent zoals die op het Europese, het Afrikaanse en het Aziatische continent, met name China, India en Indonesië, zullen de bestaande relaties waar mogelijk worden verdiept en uitgebreid.

In de relatie met het Koninkrijk der Nederlanden zijn recent reeds stappen gezet die hebben geleid tot de normalisatie van de betrekkingen. Met de andere staten van de Europese Gemeenschap zullen volwassen relaties worden nagestreefd, waarbij rekening dient te worden gehouden met de bestaande historische banden.


ONDERWIJS & VOLKSONTWIKKELING    (bijbehorende maatregelen)

In onze nationale ontwikkelingsstrategie neemt onderwijs een belangrijke plaats in en de Regering zal zich dan ook met prioriteit inzetten om de verwaarloosde onderwijsinfrastructuur te herstellen. Het totale onderwijsbestel zal op korte termijn worden geëvalueerd en waar nodig worden geherstructureerd en gereorganiseerd, zodat het onderwijs optimaler kan bijdragen aan de vorming van alle burgers in voorbereiding op of tot verbetering van hun functioneren in onze moderne samenleving.

Naast de beroepsvoorbereiding, de ontwikkeling van algemene vaardigheden en de lichamelijke en culturele ontwikkeling zal de normatieve oriëntatie een voorname plaats innemen. De Regering acht het namelijk van belang dat meer dan voorheen de karakterontwikkeling van het kind ter hand wordt genomen.

Om het onderwijsleerproces optimaal te laten verlopen en om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen zullen ondersteunende afdelingen zoals Curriculum Ontwik-keling, Inspectie, Begeleiding, Examenbureau, Onderzoek en Planning institutioneel versterkt worden.

Ook zal de Regering zich inzetten voor een gelijke scholingsparticipatie van meisjes en jongens en van vrouwen en mannen.

Alle vormen van beroeps- en beroepsgericht onderwijs zullen opnieuw beoordeeld worden en voor wat inhoud en omvang betreft worden aangepast aan de reële behoefte aan getrainde en geschoolde krachten voor de nationale productie en dienstverlening.

Te dien einde zal het Nationaal Instituut voor Scholing en Beroep (NISAB), dat belast is met de taak om het lager- en middelbaar beroepsonderwijs af te stemmen op de kwalitatieve en kwantitatieve behoeften van de arbeidsmarkt worden gereactiveerd. In dit instituut participeren de Overheid, het bedrijfsleven en de vakbeweging.

Hernieuwde pogingen zullen worden ondernomen om het lager landbouwonderwijs als vakrichting binnen het lager beroepsonderwijs opnieuw in te stellen.

Het algemeen vormend onderwijs, met name het meer uitgebreid lager onderwijs, zal getoetst worden op de houdbaarheid van zijn doelstellingen en op eventuele behoefte tot gedeeltelijke omzetting ervan in beroeps- of beroepsgericht onderwijs.

De mogelijkheden voor degenen die in aanmerking komen voor speciaal onderwijs zullen zodanig worden uitgebreid, dat aan personen met een handicap in onze samenleving optimale ontplooiingskansen worden geboden.

De traditie van goede samenwerking met en ondersteuning van het bijzonder onderwijs zal ook in deze regeerperiode voortgezet worden. Het subsidiebeleid zal een grondige revisie ondergaan.

De Regering zal al het mogelijke in het werk stellen om de onderwijssituatie in het binnenland ten goede te keren. In dit kader zal in samenwerking met de Diensten van het Bijzonder Onderwijs het zogenaamde "nucleussysteem" worden geïntroduceerd waarbij in een geografisch afgebakend gebied een educatief centrum wordt opgezet van waaruit de omliggende dorpen worden bediend.

De Regering zal de Universiteit van Suriname ondersteunen in haar streven een actievere rol te vervullen in het ontwikkelingsproces in Suriname. De Universiteit zal zich gereed maken om nog meer direct betrokken te worden bij de oplossing van vraagstukken bij de Overheid en de productieve sector, zoals het oplossen van het kadervraagstuk en het opzetten van economisch verantwoorde productiesystemen die de internationale standaarden halen.

De opleidingsprogramma’s aan de Universiteit van Suriname, het Instituut voor de Opleiding van Leraren en andere instellingen voor hoger onderwijs zullen worden geëvalueerd en afgestemd worden op de huidige en toekomstige vraag naar kader voor de ontwikkeling van ons land. Binnen een te ontwikkelen strategisch plan zal aandacht besteed worden aan de financiering van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten middels het opvoeren van de zogenaamde derde geldstroom en de verdere verzelfstandiging van daarvoor in aanmerking komende aan de Universiteit verbonden instituten. Het rendement van de instellingen voor hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek zal worden bepaald en waar nodig zullen de daaruit voortvloeiende consequenties getrokken worden.

Het systeem van studiefinanciering zal worden aangepast om grotere studie-inzet van de bursalen mogelijk te maken en te stimuleren.

De roep om de maatschappelijke participatie van jeugdigen te bevorderen zal door de Regering worden beantwoord.

De verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van jeugdigen naar volwassenheid ligt niet alleen bij de sociale verbanden waarin zij opgroeien: de Overheid heeft een belangrijke aanvullende taak.

De Regering is zich ervan bewust dat jeugdigen niet gevrijwaard worden van de gevolgen van de sociaal-maatschappelijke realiteit en dat zij ernstige belemme-ringen ondervinden in de ontwikkeling naar zelfredzaamheid en bij het actief en volwaardig participeren in de maatschappelijke processen.

De Regering zal daarom een beleid uitvoeren dat de jonge generatie als geheel de ruimte biedt zich voor te bereiden op een zelfstandig bestaan. De Regering zal bij het treffen van maatregelen en voorzieningen op de gebieden van werkgelegenheid, huisvesting, rechtspositie en welzijn speciale aandacht besteden aan de jongeren.

De Regering zal speciale aandacht besteden aan jeugdigen in kansarme milieus en in achterstands gebieden die een achterstand hebben op terreinen als onderwijs en arbeid en bovendien vaak geconfronteerd worden met drugsproblemen en andere vormen van criminaliteit. Middels het jeugdbeleid zal, onder andere door het buurtwerk met zijn preventieve, begeleidende en resocialiserende functie, specifieke aandacht aan deze groep van kansarmen worden besteed, teneinde hen de gelegenheid te geven om tot volle wasdom te komen en zodoende als volwaardige leden van de gemeenschap deel te nemen aan de maatschappelijke processen.

De Regering zal door haar beleid met betrekking tot sport en recreatie de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van elk individu en de ontwikkeling van harmonieuze intermenselijke contacten helpen bevorderen.

Het beleid van de Regering met betrekking tot lichamelijke opvoeding en sport zal in de komende periode toegespitst worden op enerzijds een massale deelname van jongeren en ouderen aan bewegingsactiviteiten en anderzijds op het verder ontwikkelen van talenten ten behoeve van de wedstrijdsport en de topsport op nationaal en internationaal niveau.

Om verzekerd te zijn van een zo groot mogelijke deelname van onze relatief jonge bevolking aan bewegingsactiviteiten zal reeds op school een grondslag worden gelegd door kinderen in een vroeg stadium in te leiden in een cultuur van bewegen. In dit kader zal de verdere implementatie van het vak Lichamelijke Opvoeding in het onderwijs ook in de districten en in het binnenland ter hand worden genomen. Tevens zal extra aandacht worden besteed aan de ontwikkeling van de schoolsport in de stad, de districten en in het binnenland.

De Regering zal erop toezien dat het acculturatieproces zich spontaan en vrijelijk kan blijven ontwikkelen in een klimaat waarin blijvend respect wordt opgebracht voor alle vormen van cultuur in onze multiculturele samenleving en elke Surinamer zijn/haar cultuur kan blijven uitoefenen in volledige vrijheid.

In het kader van de interculturele communicatie zullen vrijheid, verdraagzaamheid en acceptatie van gelijkwaardigheid van cultuuruitingen bevorderd worden.

De Regering zal zich ervoor inzetten om de binnenstad van Paramaribo met haar prachtige monumenten te behouden, onder andere door aanpassing van wetgeving met betrekking tot onderhoud en behoud van historische panden en gebieden.

Het recht van vrijheid van mening en meningsuiting zoals vastgelegd in onze Grondwet, in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en in multilaterale verdragen waarbij Suriname partij is, zal in deze regeerperiode als richtsnoer dienen voor het beleid met betrekking tot de massa-communicatiemedia.


VOLKSGEZONDHEID    (bijbehorende maatregelen)

De Surinaamse gezondheidszorg anno 2000 geeft een beeld te zien van onvoldoende gegarandeerde basisvoorzieningen. Het niveau en de omvang van de bestaande voorzieningen zijn door redenen van velerlei aard teruggevallen of niet aangepast aan de huidige behoeften. Door de slechte economische omstandigheden is bovendien het realiseren van de bereikbaarheid van de zorg voor zowel de Staat als de individuele gebruiker een zware opgave geworden. Het grootste deel van de beschikbare middelen en bronnen, zowel de menselijke als de financiële, wordt thans besteed aan de dure en intensieve intramurale gezondheidszorg, waardoor weinig ruimte overblijft voor de preventieve zorg.

De Regering kiest voor een duurzame verbetering van de gezondheidssector waarbij de volle aandacht geschonken wordt aan bevolkingsparticipatie en een multisectorale benadering van de problemen.

De primaire gezondheidszorg als basis ter realisatie van "health for all" zal fundamenteel aangepast worden voor wat betreft beleid, structuur, opleidingen en verdeling van middelen binnen de zorgsector. Het doel van de voorgenomen maatregelen is het herstel van een goede basis gezondheidszorg en het beteugelen van epidemieën met als resultaat voor iedereen een optimale gezondheid en de zorg daarvoor.

In het streven naar "health for all" is het noodzakelijk voorrang te verlenen aan diegenen in de stad, op het platteland en in het binnenland voor wie deze zorg onbereikbaar dreigt te worden. Kinderen en vrouwen vormen daarbij een eerste doelgroep.

Een krachtige impuls zal worden gegeven aan de openbare gezondheidszorg waardoor zorgwekkende epidemieën zoals dengue, malaria, ziekte van Weil en aids teruggedrongen kunnen worden.

De intramurale zorg zal aan een grondige herevaluatie onderworpen worden. Naast de specifieke problemen zoals de tarieven en de financiering zal aandacht besteed worden aan het vergroten van de efficiëntie en de effectiviteit evenals het rationaliseren van het beddenbestand, het opnamebeleid en het personeelsbeleid.


ARBEID TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELING & MILIEU  (bijbehorende maatregelen)

De Regering zal investeringen plegen in de mens als scheppende productiefactor, waardoor de kwaliteit, de productiviteit en de efficiëntie van de te leveren arbeid worden verhoogd. Versnelling van de economische ontwikkeling wordt daardoor mogelijk gemaakt worden.

Ook zullen er met prioriteit voorzieningen worden getroffen die gestructureerd overleg met de sociale partners, namelijk de vakbeweging en het bedrijfsleven mogelijk moeten maken. Het doel dat daarmee wordt nagestreefd is het vergroten van het vertrouwen tussen de drie partners.

Om onze productiviteit en productie te verhogen en om kwalitatief hoogwaardige goederen en diensten aan te kunnen bieden en de kwaliteit van de arbeidsplaatsen te verhogen, zullen wij ons de juiste technologische toepassingen constant eigen moeten maken. De ontwikkelingen op het gebied van de moderne technologieën voltrekken zich in razendsnel tempo.

De Regering is op de hoogte van de inspanning die instituten en bedrijven zich getroosten om geïnformeerd te blijven over nieuwe technologie en deze waar mogelijk in te voeren. De Regering is echter van mening dat deze inspanningen geïntensiveerd en nationaal gecoördineerd dienen te worden. Om deze redenen is besloten de taakstelling van het Ministerie van Arbeid uit te breiden met de verantwoordelijkheid voor het inventariseren van de technologische ontwikkeling en het analyseren van hun mogelijk effect op de factor arbeid in ons land en waar nodig hun implementatie stimuleren.

Naleving van de door ons land gesloten internationale milieuverdragen en een verantwoorde aanpak van onze eigen milieuvraagstukken vereisen een efficiënte en effectieve benadering. Teneinde hierin te voorzien is bij de regeringsformatie de verantwoordelijkheid voor de voorbereiding, de coördinatie en de monitoring van de uitvoering van het milieubeleid opgedragen aan het Ministerie van Arbeid, Technologische Ontwikkeling en Milieu.


SOCIALE ZAKEN & VOLKSONTWIKKELING    (bijbehorende maatregelen)

De Regering heeft als één van haar hoofddoelstellingen het vestigen van een sociaal rechtvaardige samenleving waarin allen, dus ook de kansarmen en andere kwetsbare groepen, daadwerkelijk gelijke rechten en kansen hebben.

De inspanningen en initiatieven in deze zin zullen niet alleen gericht zijn op het wegwerken van achterstanden maar vooral op het uitvoeren van programma’s voor duurzame armoedebestrijding.

Een effectief en rationeel sociaal beleid waarbij overleving en bescherming de kernuitgangspunten zijn zal rekening moeten houden met de financieel-economische en sociaal-maatschappelijke crisis. In dit kader zal op korte termijn ernaartoe worden gewerkt de urgente sociale noden van behoeftige maatschappelijke groepen op te heffen of te beperken en de condities voor een consistent sociaal beleid ter bevordering van duurzaam welzijn te scheppen.

De Regering acht het van belang dat de zelfzorg en zelfwerkzaamheid van de gemeenschap middels het particulier initiatief krachtig wordt gestimuleerd.

In het kader van de sociale zorg zal de samenwerking met particuliere instellingen uitgebreid en verbeterd worden en zullen structuren worden gecreëerd voor beleidsondersteunende activiteiten en implementatie van wettelijke regels.

De Regering zal werken aan de verdere uitbouw van een modern stelsel van sociale zekerheid waarin de bestaande vormen van sociale verzekeringen en sociale zorg worden geïncorporeerd.

De Regering erkent de verantwoordelijkheid van de Staat ten opzichte van de seniorenburgers en zal de hieruit voortvloeiende verplichtingen ook daadwerkelijk nakomen. De voorzieningen in dit kader zullen deze burgers dan ook een menswaardig bestaan garanderen.

Mensen met een handicap hebben zoals alle overige burgers recht op een zinvol bestaan. Aangepast onderwijs en werkgelegenheid en een adequate financiële ondersteuning zullen de basis-elementen van het te voeren beleid zijn. Een campagne zal worden gestart voor het doen aanbrengen van specifieke faciliteiten in openbare gelegenheden ten behoeve van mensen met en handicap.

De Regering onderkent de verantwoordelijkheden die voortvloeien uit het besef dat de toekomst van jonge kinderen en jeugdigen afdoende gewaarborgd en gunstig beïnvloed dient te worden. De sociale zorg is in dit verband dan ook gericht op het plegen van de nodige inspanningen en investeringen, welke direct bevorderlijk zijn voor bescherming, overleving en ontwikkeling van kinderen en jeugdigen.

Maatschappelijke zorg, maatschappelijk werk en gemeenschapsontwikkeling zijn de instrumenten die bij de implementatie van het beleid noodzakelijk zijn en dus als zodanig verder versterkt en uitgebouwd zullen worden.

Uitgaande van de erkenning van de huisvestingsproblematiek is het regeringsbeleid erop gericht om naast de rationalisering en versterking van de bestaande instituten ook een krachtige impuls te geven aan de zelfwerkzaamheid, creativiteit en eigen inbreng van woningzoekenden al of niet in samenwerking met NGO’s. Faciliterende en voorwaarden-scheppende maatregelen op dit gebied zullen daarom kenmerkend zijn voor de komende beleidsperiode.


REGIONALE ONTWIKKELING    (bijbehorende maatregelen)

In het beleid met betrekking tot het binnenland zal prioriteit worden gegeven aan de uitvoering van programma’s c.q. projecten op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, vestiging en versterking van overheidsdiensten en de infrastructuur, zowel materieel als institutioneel. De goede samenwerking met de bijzondere schoolorganisaties en de Medizebs zal in dit verband worden hersteld

Ook aan de verbetering van de positie van de vrouw zal aandacht worden besteed.

Naast nationale begrotingsmiddelen die ten behoeve van de ontwikkeling van het binnenland zullen worden aangewend, zal het Fonds Ontwikkeling Binnenland een belangrijk instrument vormen bij de uitvoering van het beleid, gericht op verbetering van het bestaan van de bewoners van het binnenland.

De plannen zullen in samenwerking en samenspraak met de dorpsgemeen-schappen en overkoepelende organisaties worden geformuleerd, zodat die tegemoetkomen aan de aspiraties en de cultuur van deze gemeenschappen.

Teneinde boslanddignitarissen in staat te stellen een optimale bijdrage te leveren in de besluitvorming ter zake, zullen maatregelen worden getroffen gericht op de institutionele versterking van het traditioneel gezag.

Economische activiteiten in het binnenland zullen worden aangemoedigd, opdat de betreffende gemeenschappen waar mogelijk zelfvoorzienend worden en de plaatselijke werkgelegenheid wordt bevorderd. In dit kader zal ook worden bewerkstelligd dat de gemeenschappen zoveel mogelijk profiteren van de opbrengsten uit de rijkdommen van hun woongebied.

Met betrekking tot de rechten op de grond van de marrons en inheemse leefgemeenschappen, zal de Regering ervoor zorgdragen dat de wetgeving op zodanige wijze geschiedt dat het de ontwikkelingsdoelen van de traditionele en de niet-traditionele gemeenschappen dient en tegemoet komt aan het rechtsgevoel van allen.

Er zal worden gewerkt aan de versterking van het regionaal bestuursapparaat en van de afdelingen en instituten bij de centrale Overheid, die verantwoordelijk zijn voor het richting geven aan en de monitoring van het decentralisatieproces en voor de begeleiding en ondersteuning van het lokaal c.q. gedecentraliseerd bestuur.

De Wet Regionale Organen zal worden geëvalueerd, waarbij speciale aandacht zal worden besteed aan het stelsel van regionaal bestuur en regionale vertegen-woordiging, in het kader van de realisatie van het streven naar een verbeterde functionering van de regionale organen.

Via een pilot-programma zal op een verantwoorde en beheersbare wijze gestalte worden gegeven aan de financiële decentralisatie, met het doel stapsgewijs inkomstengenererende en budgettaire bevoegdheden aan de districten over te dragen.

Met het oog op een efficiënte bestuursvoering en een optimale benutting van de ontwikkelingspotentie in de verschillende regio’s zal de geografische herindeling van de Staat ter hand worden genomen.

Waar nodig zullen nieuwe bestuursressorten worden ingesteld en voorstellen voor wijziging van de districtsgrenzen aan De Nationale Assemblee worden voorgelegd.

Er zullen werkbare condities voor de regionale organen in het binnenland worden gecreëerd. Daarbij zal rekening worden gehouden met de noodzaak van een geregelde interactie met de reeds aanwezige traditionele gezagstructuren die in het gedecentraliseerde bestuur en beleid een actieve rol dienen te vervullen.


Voorzitter,

Het tempo waarin ons Volk stappen vooruit zal maken hangt niet alleen af van de inzet van de Regering, maar ook van de bereidheid van ons als Volk om in solidariteit verantwoordelijkheid te tonen ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de samenleving als geheel.

Dit betekent dat onze slagingskansen om de gestelde doelen te realiseren nauw samenhangen met de bereidheid die de maatschappelijke partners zoals het bedrijfsleven, de vakbeweging, religieuze organisaties, vrouwenorganisaties, en andere niet-gouvernementele organisaties en het Volk als geheel zullen hebben, om samen met de Regering op te trekken, zowel bij de voorbereiding als bij de implementatie van het door te voeren beleid.

De eerste drie maanden van onze regeerperiode zijn op dit punt zeer bemoedigend geweest en de Regering zal van haar kant er alles aan doen om in nauwe verbondenheid met het Volk en zijn organisaties te regeren.

Het doel waarop wij ons daarbij richten is: Welvaart brengen voor geheel ons Volk in een allerwegen, ook naar recht en wet, stabiel Suriname.

Landgenoten,

werp U met al Uw kracht en Uw vermogen in deze strijd. Wij trekken op onder hoede van de Almachtige en smeken dat hij ons en onze arbeid zegenen mag.

********